Na jaren van magere kazen, vetarme yoghurtjes en spreads die meer doen denken aan printerinkt dan aan iets eetbaars, is er goed nieuws: boter is terug. En ze heeft haar vrienden meegenomen. Denk: room, merg, spekvet en zelfs het aloude reuzel. De tijd van bang zijn voor vet is voorbij – en onze smaakpapillen mogen weer juichen.

Waarom vet onze vriend is

Laten we het beestje bij de naam noemen: vet is lekker. Vet geeft smaak, textuur en – jawel – verzadiging. Het is het verschil tussen mwah en hemels. Een sappige entrecôte zonder een randje vet is als een cabernet zonder tannine: technisch mogelijk, maar emotioneel onvergeeflijk.

Bovendien is het tijd om af te rekenen met de achterhaalde angst dat vet per definitie slecht is. De wetenschap schuift langzaam maar zeker op. Niet alle vetten zijn boemannen met een hartaanval in de achterzak. Integendeel: verzadigde vetten, mits uit goede bron en met mate, horen thuis in een gezond eetpatroon. En ze maken dingen onweerstaanbaar lekker.

De revival van de klassieke keuken

Kijk naar de menukaarten van de betere bistro’s: beurre blanc, hollandaise, kalfsmarrow op toast, en zelfs de comeback van ouderwetse jus de veau. In de thuiskeuken zie je chefs (én foodies) teruggrijpen naar technieken van vroeger: confit de canard, boterige pâte brisée, of gewoon een gebakken ei in ganzenvet.

Wees eerlijk: een groente die uit de oven komt, bedruipt met olijfolie, is prima. Maar diezelfde groente, eerst langzaam gekaramelliseerd in roomboter? Dat is poëzie. Met rijm.

Room in je koffie, boter op je brood

De smeersels zijn terug op tafel, en de koffiemelk hoeft zich niet langer te schamen. In koffiebars met gevoel voor nostalgie (of gewoon smaak) vind je weer échte room in plaats van dat fletse poeder. En op tafel komt gezouten roomboter met fleur de sel, liefst op zuurdesembrood dat knispert van karakter.

Zelfs in de cocktailwereld zie je de vetgolf. Fat washing is een techniek waarbij whisky wordt geïnfuseerd met spekvet, of rum met kokosolie, voor een ronde, fluweelzachte afdronk. Het klinkt bizar. Het is briljant.

Eerlijk, lokaal vet

Wat ook meespeelt: de herwaardering van lokaal en ambachtelijk. Boter van een boerderij uit de regio, gerijpt in kleine batches, smaakt anders dan een industrieel pakje uit de supermarkt. Mergpijpjes van grasgevoerde runderen? Pure terroir. Vet is ineens niet meer iets om weg te snijden, maar om te vieren.

Slotwoord: vet is vet lekker

We hebben te lang in de ban geleefd van light-producten die vooral smaak en ziel missen. Gelukkig is de culinaire slinger terug. Dus zeg ja tegen roomboter, omhels het spek, en knipoog naar de slagroom. Vet is terug. En het smaakt beter dan ooit.