Biersector verzet zich tegen hogere accijns

De redactie 4 november 2026 #Dranken

Nederlandse Brouwers, CRAFT en Koninklijke Horeca Nederland (KHN) hebben een petitie met ruim 14.000 handtekeningen aangeboden aan de Tweede Kamer. De organisaties willen voorkomen dat de bieraccijns vanaf 2027 jaarlijks meestijgt met de inflatie en dat het belastingvoordeel voor kleine brouwerijen in 2028 verdwijnt. Het kabinet verwacht extra belastinginkomsten en ziet voordelen voor de volksgezondheid. De biersector vreest daarentegen hogere kosten, omzetverlies en meer aankopen over de grens.

De drie brancheorganisaties boden de petitie Zeg nee tegen extra bierbelasting op 3 november aan. Zij vinden dat de voorgestelde maatregelen de Nederlandse biersector verder onder druk zetten. Brouwerijen en horecaondernemers kampen volgens de organisaties al met stijgende kosten voor personeel, energie, grondstoffen en huisvesting.

De petitie richt zich op twee onderdelen van het Belastingplan 2027: de jaarlijkse indexatie van de alcoholaccijns en het voorgenomen schrappen van het verlaagde accijnstarief voor kleine brouwerijen per 1 januari 2028.

Accijns stijgt met 0,3 cent per glas

Volgens berekeningen van de Rijksoverheid stijgt de accijns, inclusief de daarover berekende btw, op een glas bier van 250 milliliter met 5 procent alcohol van 12,3 cent in 2026 naar 12,6 cent in 2027. Dat betekent een verhoging van 0,3 cent per glas.

Voor een krat met 24 flesjes van 30 centiliter stijgt het bedrag van ongeveer 3,54 euro naar 3,63 euro. Het verschil bedraagt daarmee bijna negen cent per krat.

De verhoging is voor de individuele consument beperkt. Voor brouwerijen die grote hoeveelheden bier produceren, kan een kleine verhoging per liter echter oplopen tot een aanzienlijk bedrag.

Het kabinet wil de accijns jaarlijks aanpassen aan de inflatie. Sinds 2024 zijn de alcoholaccijnstarieven niet meer gewijzigd. Volgens de overheid levert indexatie extra inkomsten op en kan een hogere alcoholprijs bijdragen aan een lagere alcoholconsumptie.

Dat laatste vormt een belangrijk argument vanuit het volksgezondheidsbeleid. Minder alcoholgebruik kan gezondheidsrisico’s en maatschappelijke kosten verminderen.

De brancheorganisaties betwisten niet dat hogere accijnzen de consumentenprijs kunnen beïnvloeden, maar wijzen vooral op de economische gevolgen voor ondernemers.

Horeca ziet kosten verder oplopen

Tijdens de petitieaanbieding vertelden twee brouwers en een horecaondernemer aan Kamerleden welke gevolgen zij verwachten.

Horecaondernemer John Gulay benadrukte dat de accijnsverhoging onderdeel vormt van een bredere kostenontwikkeling. Horecabedrijven betalen volgens hem steeds meer voor personeel, energie, leidingwater, huur en ingekochte producten.

Ondernemers kunnen deze kosten niet altijd volledig doorberekenen aan hun gasten. Wanneer zij de verkoopprijzen te sterk verhogen, bestaat het risico dat consumenten minder besteden of minder vaak uitgaan.

Dat kan gevolgen hebben voor de winstmarges en de ruimte om te investeren.

Tegelijkertijd vormt de voorgestelde accijnsverhoging slechts een klein deel van de totale prijs van een glas bier in de horeca. Personeelskosten, huisvesting, inkoopprijzen en ondernemersmarges spelen doorgaans een veel grotere rol bij de uiteindelijke verkoopprijs.

Prijsverschillen stimuleren grensinkopen

Een ander bezwaar van de biersector betreft de prijsverschillen met België en Duitsland.

Volgens Nederlandse Brouwers ligt de Nederlandse bieraccijns bijna tweemaal zo hoog als in België. Vergeleken met Duitsland noemt de organisatie verschillen van vier tot negen keer, afhankelijk van het type bier en de berekeningswijze.

Loes de Jong, eigenaar van brouwerij De Toekomst in de grensstreek, stelt dat Nederlandse consumenten steeds vaker bier in het buitenland kopen. Volgens haar leidt dat tot omzetverlies voor Nederlandse ondernemers.

De brancheorganisaties verwijzen naar een consumentenonderzoek van MKB-Nederland. Daarin noemt 88 procent van de ondervraagde consumenten die over de grens winkelen lagere prijzen als reden voor hun aankopen.

Daarnaast meldt 64 procent van de onderzochte ondernemers dat zij per saldo klanten verliezen door grensoverschrijdend winkelgedrag. Acht op de tien ondernemers geven aan hierdoor omzet mis te lopen.

Deze cijfers hebben betrekking op grensoverschrijdende aankopen in het algemeen en niet uitsluitend op bier.

Volgens cijfers van marktonderzoeker Circana, aangehaald door de brancheorganisaties, daalde de bierverkoop in Nederlandse grensregio’s vier procentpunt sterker dan in de rest van het land.

Dat verschil wijst op extra druk op de bierverkoop in grensgebieden, maar bewijst op zichzelf niet dat uitsluitend de accijnsverschillen daarvoor verantwoordelijk zijn. Ook aanbiedingen, algemene prijsverschillen en veranderend consumentengedrag kunnen een rol spelen.

Kleine brouwerijen vrezen verlies belastingvoordeel

De tweede maatregel waartegen de sector bezwaar maakt, is het voorgenomen afschaffen van het verlaagde accijnstarief voor kleine brouwerijen.

Momenteel komen brouwerijen met een gemiddelde jaarproductie van maximaal 200.000 hectoliter onder voorwaarden in aanmerking voor een lager tarief.

Volgens de Rijksoverheid bedraagt het belastingvoordeel ongeveer één cent per glas van 33 centiliter bij bier met 5 procent alcohol. Bij bier met 10 procent alcohol loopt dit voordeel op tot ongeveer twee cent per glas.

Het kabinet wil de regeling per 1 januari 2028 beëindigen, zodat kleine en grote brouwerijen hetzelfde accijnstarief betalen.

De overheid verwijst daarbij naar een evaluatie van de regeling. Daaruit blijkt volgens het kabinet dat het oorspronkelijke doel van het belastingvoordeel, dat in 1992 werd ingevoerd, niet langer duidelijk van toepassing is.

Ook verwacht de overheid minder administratieve lasten. Brouwerijen hoeven dan niet meer aan te tonen dat zij aan de voorwaarden voor het lagere tarief voldoen. Voor de Douane wordt de controle eenvoudiger.

Brouwer uit Zwolle verwacht forse winstdaling

Berend van Ark, eigenaar van brouwerij Bohemean in Zwolle, vreest dat het verdwijnen van het belastingvoordeel grote gevolgen heeft voor zijn onderneming.

Hij zet het familiebedrijf samen met zijn vader voort en investeert in de brouwerij, het proeflokaal en nieuwe producten.

Volgens zijn eigen berekeningen houdt zijn onderneming bij afschaffing van het verlaagde accijnstarief bijna 60 procent minder winst over.

Die berekening is niet onafhankelijk gecontroleerd en kan niet zonder meer worden toegepast op andere brouwerijen.

Het verschil tussen de beperkte belastingverhoging per glas en de mogelijk grote gevolgen voor de winst hangt samen met de financiële situatie van individuele bedrijven. Bij ondernemingen met kleine winstmarges kan een relatief beperkte kostenstijging een aanzienlijk deel van de resterende winst opslokken.

Van Ark vreest dat hij daardoor minder geld kan besteden aan investeringen en verdere ontwikkeling van zijn bedrijf.

Gezondheidsbeleid tegenover economische belangen

De discussie over de bieraccijns draait daarmee om twee verschillende belangen.

Het kabinet wil de belastingopbrengsten op peil houden en beschouwt hogere alcoholprijzen mede als instrument om alcoholgebruik te ontmoedigen. De brancheorganisaties benadrukken juist de gevolgen voor de concurrentiepositie, werkgelegenheid en investeringsmogelijkheden.

Ook over de belastingopbrengsten verschillen de verwachtingen.

Nederlandse Brouwers, CRAFT en KHN waarschuwen dat hogere accijnzen consumenten kunnen stimuleren om meer bier in het buitenland te kopen. Daardoor zou de Nederlandse schatkist volgens hen inkomsten kunnen mislopen.

Of dat daadwerkelijk gebeurt, hangt af van de omvang van de prijsverhogingen en de reactie van consumenten. Minder binnenlandse verkoop hoeft niet automatisch te betekenen dat de totale accijnsopbrengsten dalen.

Daar staat tegenover dat lagere alcoholconsumptie vanuit het oogpunt van volksgezondheid juist een gewenst effect kan zijn.

Tweede Kamer moet nog beslissen

Met de petitie vragen Nederlandse Brouwers, CRAFT en KHN de Tweede Kamer om de jaarlijkse indexatie van de bieraccijns vanaf 2027 te schrappen en het verlaagde tarief voor kleine brouwerijen na 2027 te behouden.

De maatregelen maken deel uit van het Belastingplan 2027 en zijn nog niet definitief. Zowel de Tweede als de Eerste Kamer moet de voorstellen goedkeuren.

De discussie zal daarom niet alleen gaan over de vraag hoeveel duurder een glas bier wordt, maar ook over de verdeling van de belastingdruk, de positie van kleine brouwerijen en de maatschappelijke gevolgen van alcoholgebruik.

Voor consumenten bedraagt de voorgestelde accijnsverhoging in 2027 slechts een fractie van een cent per glas. Voor ondernemers kunnen de gevolgen, afhankelijk van hun omzet en winstmarge, groter zijn. Hoe groot die gevolgen werkelijk worden, zal mede afhangen van de uiteindelijke wetgeving en de ontwikkeling van de biermarkt.