In Friesland en Zeeland zijn dit jaar bijna 2,9 miljoen jonge palingen uitgezet. Daarmee is het Nederlandse uitzetprogramma voor 2026 afgerond. Het gaat om circa 2,5 miljoen glasalen en 369.000 opgekweekte pootalen. De uitzet moet jonge paling toegang geven tot binnenwateren die door dijken, sluizen en gemalen moeilijk op eigen kracht bereikbaar zijn.

Miljoenen glasalen vanuit Frankrijk

De grootste uitzet vond plaats op 13 maart. Glasalen werden vanuit Frankrijk naar Nederland gebracht en vervolgens verspreid over voedselrijke watergebieden in Friesland en Zeeland. In het Friese Heeg werden de dieren eerst geteld, gewogen en op kwaliteit gecontroleerd. Daarna brachten beroepsvissers ze naar verschillende wateren. Ook in Zeeland werd die dag glasaal uitgezet.

Op 22 mei volgde vanuit Sint Nicolaasga de uitzet van bijna 369.000 pootalen. Dat zijn glasalen die na aankomst uit Frankrijk enkele maanden in Nederland zijn opgekweekt. Bij het Tjeukemeer werden de dieren gecontroleerd, geteld en gewogen, waarna beroepsvissers ze over verschillende Friese wateren verspreidden.

Het totale programma kwam daarmee volgens Stichting DUPAN uit op 2.869.000 jonge palingen: circa 2,5 miljoen glasalen en 369.000 pootalen.

Migratieroute zit vol hindernissen

De Europese paling kent een opmerkelijke levenscyclus. De soort plant zich voort in de Sargassozee. De larven worden door zeestromingen richting Europa gevoerd en bereiken als glasaal de Europese kust. Vervolgens trekken ze normaal gesproken rivieren, meren en andere binnenwateren binnen om daar verder op te groeien.

Die natuurlijke trek wordt echter bemoeilijkt door menselijke ingrepen. Dijken, sluizen, gemalen en andere kustbarrières maken een deel van het geschikte leefgebied moeilijk of zelfs helemaal niet bereikbaar. Door jonge paling over deze obstakels heen naar geschikte Nederlandse wateren te brengen, probeert het uitzetprogramma die barrières gedeeltelijk te omzeilen.

Het uiteindelijke doel is dat de dieren kunnen uitgroeien tot volwassen schieraal. Die moet vervolgens weer naar zee kunnen trekken om uiteindelijk de duizenden kilometers lange reis naar de Sargassozee te maken en zich daar voort te planten.

Effect op palingstand niet eenvoudig vast te stellen

DUPAN spreekt in zijn eigen publicatie positief over de ontwikkeling van de palingstand en wijst onder meer op een toename van jonge paling aan de Europese kust en signalen van een grotere uittrek van volwassen schieraal. De stichting erkent tegelijkertijd dat een rechtstreeks oorzakelijk verband tussen de uitzetprogramma’s en deze ontwikkelingen niet eenvoudig is vast te stellen.

Dat is een belangrijke nuance. Dat miljoenen jonge palingen worden uitgezet, betekent niet automatisch dat de Europese palingstand zich daardoor evenredig herstelt. De dieren moeten jarenlang kunnen overleven, opgroeien en uiteindelijk als schieraal veilig terug naar zee kunnen trekken. Juist op die route vormen gemalen, sluizen en andere barrières opnieuw een probleem.

Ook DUPAN stelt daarom dat pas over een veel langere periode kan worden beoordeeld in welke mate de uitzet daadwerkelijk bijdraagt aan het herstel van de Europese palingstand.

Europees en Nederlands geld voor uitzet

De gebruikte glasaal is afkomstig uit het Franse glasaalquotum en is volgens DUPAN SEG-gecertificeerd. Het uitzetproject wordt mede mogelijk gemaakt door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en het Europees Maritiem, Visserij en Aquacultuur Fonds (EMVAF). Ook het Eel Stewardship Fund ondersteunt het project. Stichting DUPAN coördineert de uitvoering.

Met de bijna 2,9 miljoen uitgezette jonge palingen is het programma voor 2026 afgerond. De werkelijke maatstaf voor succes ligt echter vele jaren verder: hoeveel van deze dieren uiteindelijk volwassen worden én erin slagen de open zee en vervolgens de Sargassozee te bereiken.