De digitale euro: meer onafhankelijkheid of een oplossing op zoek naar een probleem?

De redactie 31 juli 2026 #Overig

De digitale euro moet een nieuwe elektronische vorm van publiek geld worden, uitgegeven en gegarandeerd door de Europese Centrale Bank (ECB). Daarmee wil Europa het publieke karakter van geld behouden in een samenleving waarin contant betalen steeds verder afneemt. Tegelijk moet de Europese Unie minder afhankelijk worden van buitenlandse betaalbedrijven. Toch roept het plan fundamentele vragen op over noodzaak, privacy, kosten en democratische controle.

Europees Parlement zet volgende stap

Het Europees Parlement stemde op 9 juli 2026 met een ruime meerderheid vóór het openen van onderhandelingen met de EU-lidstaten over de invoering van de digitale euro. Daarmee is de munt nog geen feit. Eerst moeten het Parlement, de lidstaten en de Europese Commissie overeenstemming bereiken over de definitieve wetgeving. Daarna beslist de ECB of de digitale euro daadwerkelijk wordt ingevoerd. De eerste uitgifte wordt niet vóór 2029 verwacht.

Hoewel de politieke besluitvorming nog niet is afgerond, verschuift de discussie steeds meer van de vraag óf de digitale euro nodig is naar de manier waarop het systeem moet worden ingericht.

Waarom wil Europa een digitale euro?

Volgens de ECB en de Nederlandse overheid is de digitale euro noodzakelijk om publiek geld beschikbaar te houden nu steeds minder mensen contant betalen. Wie tegenwoordig met een betaalpas, smartphone of betaalapp afrekent, gebruikt vrijwel altijd geld op een rekening bij een commerciële bank.

Daarnaast wil Europa minder afhankelijk worden van internationale betaalnetwerken. Momenteel wordt een groot deel van de kaartbetalingen binnen de eurozone verwerkt door Amerikaanse bedrijven. Volgens de ECB maakt dat Europa kwetsbaar voor geopolitieke spanningen, storingen of commerciële beslissingen van bedrijven buiten de Europese Unie.

De digitale euro moet daarom een Europees alternatief vormen dat overal binnen de eurozone kan worden gebruikt, zowel online als offline.

Wat verandert er voor consumenten?

De digitale euro krijgt dezelfde waarde als een gewone euro en wordt een wettig betaalmiddel. Betalen moet mogelijk worden via een bankapp, een aparte digitale-euro-app of een betaalpas. Ook zonder internetverbinding moeten betalingen kunnen plaatsvinden.

De digitale euro vervangt de bestaande bankrekening niet. Gebruikers kunnen slechts een beperkt bedrag aanhouden, waarschijnlijk enkele duizenden euro’s. De digitale munt levert bovendien geen rente op en is uitsluitend bedoeld als betaalmiddel.

Bij grotere betalingen kan automatisch geld worden aangevuld vanaf een gewone bankrekening. Andersom kan een overschot weer worden teruggestort. Banken blijven daardoor een centrale rol spelen in het betalingsverkeer.

Wero of de digitale euro?

Tegenstanders wijzen erop dat Europa al werkt aan een eigen Europees betaalsysteem. Het bekende iDEAL wordt de komende jaren geïntegreerd in Wero, een initiatief van Europese banken dat grensoverschrijdende betalingen eenvoudiger moet maken.

BBB-Europarlementariër Sander Smit noemt de digitale euro daarom “een oplossing op zoek naar een probleem”. Volgens hem dreigt een publiek betaalsysteem te concurreren met een commercieel Europees alternatief waarvoor banken al miljarden investeren.

De ECB ziet beide systemen juist als aanvullend. Wero blijft werken met commerciële bankrekeningen, terwijl de digitale euro rechtstreeks door de centrale bank wordt gegarandeerd.

Privacy blijft een belangrijk discussiepunt

Een van de meest besproken onderwerpen is privacy. Volgens de ECB worden offline betalingen vrijwel volledig privé. Alleen de betaler en ontvanger kennen de details van de transactie. De centrale bank krijgt daarbij geen informatie waarmee individuele gebruikers kunnen worden geïdentificeerd.

Bij online betalingen gelden de bestaande regels tegen witwassen en terrorismefinanciering. Banken moeten gebruikers blijven identificeren, terwijl de gegevens voor de ECB worden versleuteld en gepseudonimiseerd.

Critici vinden die garanties onvoldoende. Zij wijzen erop dat toekomstige wetswijzigingen de regels kunnen veranderen. Volgens PVV-Europarlementariër Auke Zijlstra moet wettelijk worden uitgesloten dat de ECB ooit inzicht krijgt in individuele aankopen.

Programmeerbaar geld blijft gevoelig

Een ander punt van zorg is zogenoemd programmeerbaar geld. Daarmee kan geld technisch worden voorzien van voorwaarden, bijvoorbeeld dat het alleen aan bepaalde producten mag worden besteed of binnen een bepaalde periode moet worden uitgegeven.

De huidige Europese voorstellen sluiten dergelijke toepassingen nadrukkelijk uit. Zowel de ECB als de Europese wetgever stellen dat de digitale euro vrij besteedbaar blijft en dat overheden geen invloed mogen uitoefenen op individuele bestedingen.

Wel blijft het mogelijk om voorwaardelijke betalingen uit te voeren, zoals betalingen die pas plaatsvinden nadat een bestelling is geleverd. Daarbij bevat niet het geld zelf een voorwaarde, maar de betaalopdracht.

Critici merken op dat programmeerbaarheid wel degelijk in de wet wordt gedefinieerd. Zij vrezen dat toekomstige Europese wetgeving deze mogelijkheid alsnog kan openen.

Miljardeninvestering

De invoering van de digitale euro vraagt forse investeringen. De ECB schat de eigen ontwikkelingskosten op ongeveer 1,3 miljard euro. Daarna komen de jaarlijkse kosten voor het Eurosysteem uit op circa 320 miljoen euro.

Daarnaast moeten Europese banken gezamenlijk naar schatting tussen de 4 en 5,8 miljard euro investeren om hun systemen geschikt te maken voor de nieuwe betaalmethode.

Volgens de ECB wegen deze kosten op tegen de voordelen van een zelfstandiger Europees betalingsverkeer. Tegenstanders vragen zich af of consumenten daadwerkelijk behoefte hebben aan een nieuw betaalmiddel dat sterk lijkt op bestaande betaalapps.

Vertrouwen bepaalt uiteindelijk het succes

Onderzoek van de ECB laat zien dat de belangstelling voor de digitale euro groeit wanneer consumenten uitleg krijgen over de werking ervan. Tegelijk laat dat zien hoe belangrijk vertrouwen is voor het uiteindelijke succes.

Het debat draait daarom allang niet meer uitsluitend om techniek. Ook vragen over democratische controle, transparantie, privacy en de toekomstige rol van Europese instellingen spelen een belangrijke rol.

De digitale euro kan Europa minder afhankelijk maken van buitenlandse betaalbedrijven en publiek geld beschikbaar houden in een digitale economie. Daartegenover staan hoge kosten, vragen over de noodzaak van een tweede Europees betaalsysteem en zorgen over de ontwikkeling van een nieuwe centrale betaalinfrastructuur.

De uiteindelijke politieke beslissing is nog niet genomen. Juist daarom blijft de fundamentele vraag actueel: is de digitale euro een noodzakelijke modernisering van het Europese betalingsverkeer, of wordt een kostbaar systeem gebouwd voor een probleem dat ook op andere manieren kan worden opgelost?