Er zijn van die tentoonstellingen waar je geen kunstliefhebber voor hoeft te zijn om te weten: dit wordt een feestje voor de zintuigen. Vanaf februari haalt het Kunstmuseum Den Haag de grote Britse geesten naar Nederland: Bacon, Freud, Hockney, Rego – een club schilders die de mens nooit mooier maakte dan hij was, maar wél oneindig interessanter.

Wat Tate normaal gesproken angstvallig in Londen bewaart, mag nu even op vakantie naar de kust. Ruim zeventig werken, vol lijven, blikken en binnenkamers – het menselijk tekort in olieverf gevangen. Als Londen in verf kon praten, dan zou het klinken als deze tentoonstelling: een beetje rauw, een beetje verfomfaaid, maar onweerstaanbaar echt.

Conservator Thijs de Raedt zegt het mooi: “De Britse schilderkunst is gul.” En inderdaad – dit is geen kunst die je met een klein vorkje eet. Bacon serveert existentiële rauwheid, Freud geeft je poriën en wallen cadeau, en Hockney gooit er een frisblauw zwembad overheen als toetje.

Tussen al dat Britse bloed vinden ook minder bekende namen hun stem – Eva Frankfurther, Denzil Forrester, Celia Paul. Kunstenaars die de Londense chaos op hun eigen toon schilderden, maar nooit op de voorpagina belandden. London Calling herstelt dat: het is niet alleen een ode aan de mens, maar ook aan de mens die te lang over het hoofd werd gezien.

Dus: trek je regenjas aan, doe alsof het The Strand is, en wandel Den Haag binnen. Want als Londen roept, dan hoor je niet te aarzelen.

Voor meer informatie: https://www.kunstmuseum.nl/nl