Een stuk vlees wordt vacuüm-gegaard.

Sous-vide. Het klinkt als iets zwoels. Frans. Een kooktechniek die fluistert van culinaire verfijning. Maar wie er eerlijk naar kijkt, ziet gewoon een zak plastic in een bak warm water. Laten we het beest bij de naam noemen: sous-vide is voor mensen die hun eten niet vertrouwen.

Want normaal koken – dat is durven. Vlees in een hete pan gooien, luisteren naar het gesis, ruiken hoe het verandert, kijken hoe de korst zich vormt. Dat is koken. Dat is vakmanschap, instinct, lef. Sous-vide daarentegen is koken voor bange mensen, een soort culinair airbagsysteem. “O jee, straks mislukt mijn steak!” Geen zorgen: vacuüm verpakken, thermometertje erbij, knopje indrukken en klaar. Malsheid gegarandeerd, smaak optioneel.

En natuurlijk is er altijd iemand die erbij zegt: “Maar het is zo precies!” Ja, en mijn tandarts ook. Precies, steriel, klinisch. Maar ik zit liever met een bord eten dan in een behandelstoel. Sous-vide heeft meer weg van een laboratoriumexperiment dan van koken. Je mist alleen nog de veiligheidsbril en een stagiair die aantekeningen maakt.

Het ironische is: na al dat gedoe moet het vlees nog steeds de pan in voor een bruin korstje. Dus je staat eerst uren te wachten op een zak die dobbert als een vergeten goudvis, en dan eindig je toch waar je begonnen was: met een pan en een klont boter. Als dat geen omweg is, weet ik het ook niet meer.

Wat je uiteindelijk krijgt, is vlees dat er weliswaar sappig uitziet, maar de ziel van nat karton heeft. Want daar gaat het mis: eten is geen wiskundesom. Het mag leven, verrassen, soms zelfs een beetje tegenwerken. Een perfecte biefstuk heeft karakter. Sous-vide levert een soort culinaire eenheidsworst: altijd hetzelfde, altijd “veilig”.

Dus als iemand mij vol trots vertelt dat hij sous-vide kookt, zie ik geen keukenheld maar een controlefreak die zijn eten in een condoom stopt omdat hij bang is voor de grillpan. Noem me ouderwets, maar ik heb liever een steak met ballen dan een filet die in quarantaine is geweest.

Sous-vide? Het is niet koken. Het is angst-management.