Over hoe de service charge hoger was dan m’n bloeddruk en de bediening rook alsof ze zich hadden voorbereid op een speeddate met Darth Vader.

Er zijn veel manieren om een avond culinair te verpesten. Koud eten. Lauwe wijn. Een open keuken waarin de chef ruzie maakt met z’n sous. Maar één aspect weet álles te overstemmen — letterlijk: de geur van de bediening.

Laatst dineerde ik in een restaurant waar alles schreeuwde: “hier eet je een ervaring.” Dat klopte. Ik kreeg inderdaad een ervaring. Een aromatische oorwassing van formaat.

De eerste ober kwam aanlopen nog vóór hij iets zei — of überhaupt iets droeg — had hij zich al aangekondigd met een wolk parfum die mij even deed twijfelen of ik op een Michelin-waardig terras zat of in de parfumerie van Schiphol. Het was geen geur. Het was een aanval.

Ik kon geen verschil meer proeven tussen sauvignon blanc en sushigember. Alles smaakte naar Dior, editie Verstikkende Narcis. En hij bleef maar terugkomen. Met water, met brood, met vragen als: “En, proeft u de jasmijn in deze pairing?” Nee, vriend. Ik proef alleen joúw halslijn.

De tweede bediening — een jongedame met een blik van “ik haat jullie allemaal maar ben hier voor de performancekunst” — rook naar iets tussen kokos, vanille en gesmolten Barbiepop.
Ze bukte over het bord om mijn “bevroren luchtige espuma van karnemelk” neer te zetten en op dat moment gingen bij mij letterlijk de gordijnen dicht. Mijn neus trok zich terug. Mijn smaakpapillen vluchtten naar veiligere oorden. Mijn hongergevoel? Dood. Gewurgd door Guerlain.

Het hoogtepunt kwam bij het dessert. Een derde bediening – type: parfumtester op pensioen – kwam het nagerecht presenteren in een sferische glazen bol. Zijn geur? Patchoeli, leer, bergamot en existentiële crisis. Bij elke beweging kringelde zijn geur door de lucht als een gaslek. Toen hij vroeg of ik “de tonen van geroosterde dennennaald” proefde in het gerecht, wilde ik antwoorden: “Nee, ik ben vooral bezig met overleven.”

Er zijn mensen die zeggen: geur is onlosmakelijk verbonden met smaak. En dat klopt. Daarom proefde ik dus níks van wat er op mijn bord lag — alles werd overstemd door de gecombineerde parfumhel van de bediening.

Ik zweette parfum. Ik ademde service. Ik heb drie dagen later nog geslapen met een handdoek op mijn gezicht.

Toen de rekening kwam — in een houten doosje, want ambiance — zag ik het: 12,5% service charge. Dat was het moment waarop ik bijna mijn dessert terug de bol in spuugde. Voor die prijs had ik een persoonlijke sommelier en een geurloze ruimte verwacht. In plaats daar van kreeg ik een geurorgel met een attitude.

Dus ja, de rekening was een ervaring.
Maar eerlijk?
Ik betaal liever voor stilte, zuurstof en een ober die ruikt naar niets.