Er zijn grenzen aan wat een mens doet in naam van gastronomie. Die grenzen liggen ergens tussen foie gras en gefrituurde schorpioen. En afgelopen week besloot ik, met de moed der wanhoop en een vleugje overmoedig journalistieke plichtsgevoel, om me onder te dompelen in het nieuwste culinaire speeltje van de klimaatbewuste foodie: het insectendieet.
Ja, echt waar. Een hele week. Geen steak, geen oesters, geen kazen met meer karakter dan een gemiddelde politicus. Alleen insecten. Want “alternatieve eiwitbron,” zeggen ze dan met een glimlach zo grimmig als een veganistische barbecue.

Dag 1 – Ontbijt met meelwormen
Een zakje biologische meelwormen, licht geroosterd en gezouten. Ze smaken een beetje als pinda’s die hun wil om te leven hebben verloren. Ik strooi ze over mijn yoghurt – een culinaire faux pas die me waarschijnlijk mijn uitnodiging voor het Truffelfestival van Alba heeft gekost. De textuur? Laten we zeggen: knapperig op een manier die je doet twijfelen aan je levenskeuzes.
Dag 2 – Krekels als snack
Krekels met chili-limoen. De smaak is… opmerkelijk. Niet onprettig, als je je ogen dichtdoet, je neus dichtknijpt en je tong verdooft met tequila. Ze zeggen dat krekels veel ijzer bevatten. Dat moet kloppen, want het voelt alsof ik op een roestige fietsketting kauw.
Dag 3 – Sprinkhanensalade
Ik weet niet wie heeft bedacht dat een sprinkhaan “mooi presenteert” op een bord, maar ik wil die persoon graag vriendelijk doch dringend verzoeken te stoppen met koken en een andere hobby te zoeken. Misschien macramé. De salade was overigens fris. De sprinkhaan? Knarsend. Alsof je sla eet met een meegeleverde IKEA-inbussleutel.
Dag 4 – Schorpioen op een stokje
Een culinair hoogtepunt, letterlijk – het beest was drie keer zo groot als mijn pink. Gefrituurd, uiteraard, want wat je niet kunt verbeteren met smaak, kun je altijd verdoezelen met olie van 180 graden. Hij smaakte naar… angst. En lichte paniek. Of misschien was ik dat gewoon.

Dag 5 – De Larvenlasagne
Een gerecht dat mijn vertrouwen in de Italiaanse keuken ernstig heeft geschaad. De bechamelsaus probeerde dapper de wiggelwaggelende larven te maskeren, maar er is een grens aan wat room en nootmuskaat kunnen doen. Ik kauwde met de moed van een man die weet dat hij nog twee dagen moet.
Dag 6 – De mentale inzinking
Ik droom over kaas. Over een gebakken camembert die me liefdevol toespreekt. Ik word zwetend wakker. Mijn snack die dag: termieten. “Ze zijn crunchy!” zegt de verpakking. Ja, en nagels ook.
Dag 7 – Einde. Bevrijding. Steak
Ik breek. Ik bijt in een entrecote alsof ik net zeven jaar honger heb geleden op een vlot in de Stille Zuidzee. Tranen. Geluk. En een klein beetje schaamte – niet omdat ik heb opgegeven, maar omdat ik ooit serieus dacht dat een larvenburger een goed idee kon zijn.
Conclusie:
Insecten eten is ongetwijfeld duurzaam. Het is misschien zelfs de toekomst. Maar laat het duidelijk zijn: als dat de toekomst is, dan hoop ik dat ze tegen die tijd ook een wijn hebben ontwikkeld die past bij buffalowormen. Een stevige Pinot Noir met tonen van wanhoop, misschien?
Ik ben weer terug bij mijn kaasplateaus, mijn charcuterie en mijn boter die naar gras en vrijheid smaakt. Culinair avonturisme is prachtig – zolang je daarna gewoon weer naar huis mag.
