Ah, de Nederlandse horeca. Het paradijs van culinaire verwennerij, waar je met een knorrende maag en een gevulde portemonnee binnenstapt, om vervolgens met een knorrende portemonnee en een lege maag weer naar buiten te wankelen. Want ja, beste smulpapen, dineren in een doorsnee restaurant kost tegenwoordig ongeveer evenveel als een lang weekend op de Malediven.

Het begint al bij het broodmandje. Vroeger was dat een vriendelijke geste van de chef – een soort voorproefje van de gastvrijheid. Nu betaal je doodleuk acht euro voor een paar sneetjes zuurdesembrood met een likje boter dat er uitziet alsof het per ongeluk is achtergelaten door een onoplettende ober. “Met liefde bereid,” verzekert de bediening je, terwijl ze je achteloos de rekening toeschuiven.

Dan het hoofdgerecht. Een biefstukje, formaat ansichtkaart, met een artistiek hoopje puree en drie haricots verts die verdacht veel op tandenstokers lijken. “Eerlijk en lokaal!” prijkt er trots op de menukaart, alsof dat rechtvaardigt dat je een week aan de havermout moet om deze maaltijd te bekostigen. En vergeet de saus niet, want die is uiteraard “apart geprijsd.” Voor een scheutje peperroomsaus betaal je een bedrag waarvoor je normaal een hele liter melk én de koe erbij krijgt.

Ook de drankjes zijn een avontuur. Een glas huiswijn dat uit een fles komt die waarschijnlijk vorige week nog in de supermarkt lag, kost een bedrag waarbij je je serieus afvraagt of je niet per ongeluk een Bordeaux uit 1850 hebt besteld. En als je water wilt? Natuurlijk! Een exclusief bronwater uit een vergeten beekje in de Alpen, geserveerd in een hip flesje, voor slechts zes euro per glas. Kranen zijn immers voor plebs.

En dan het hoogtepunt van de avond: de rekening. Een A5’je vol schokkende cijfers en verborgen kosten. Servicekosten, energietoeslag, keukentoeslag – als je niet uitkijkt, staat er straks nog een ‘ademhalingsbijdrage’ op. De vriendelijke bediening glimlacht geruststellend en fluistert: “Wilt u fooi geven?” Alsof je dat nog níet ruimschoots gedaan hebt door überhaupt hier te dineren.

Toch blijven we komen. Want ondanks de pijn in de portemonnee is er iets magisch aan een avondje uit eten. Misschien is het de ambiance, het gemak, de illusie dat je je even in een andere wereld begeeft. Of misschien zijn we gewoon masochisten met een voorliefde voor overpriced bitterballen.

Eet smakelijk! En vergeet vooral niet te reserveren – tegen de tijd dat je tafel beschikbaar is, heb je hopelijk weer genoeg gespaard.