Er zijn tegenwoordig twee soorten mensen in de wijnwereld: mensen die wijn drinken en mensen die wijn beleven. Die tweede groep praat erover alsof ze deelnemen aan een spirituele retraite waarbij de druif zijn innerlijke trauma’s verwerkt.
Neem bijvoorbeeld natuurwijn.
Natuurwijn is wijn waarbij men zo min mogelijk ingrijpt. Dat klinkt prachtig, maar in de praktijk betekent het vaak: de wijnmaker heeft de kelderdeur open laten staan en het verder aan de natuur overgelaten.
En dus krijg je een glas dat ruikt naar appelcider die drie dagen te lang in de zon heeft gestaan. Maar omdat er een etiket op zit met een handgetekend vosje en een verhaal over “de energie van de wijngaard”, knikt iedereen plechtig.
“Interessant,” zegt iemand.
Dat is wijnproevers-taal voor: ik weet ook niet wat dit is, maar ik wil niet dom lijken.
Dan hebben we orange wine.
Orange wine is eigenlijk gewoon witte wijn die zo lang met schillen heeft liggen knoeien dat hij besluit zich als rode wijn te gedragen. Het resultaat is een wijn die eruitziet alsof hij een existentiële crisis heeft gehad.
Orange wine wordt vooral gedronken door mensen die graag “iets anders” willen.
Dat doen ze dan samen met ongeveer drie duizend andere mensen in exact hetzelfde restaurant met exact dezelfde baard en exact dezelfde bril.

En dan is er nog biodynamische wijn.
Biodynamie is een landbouwmethode waarbij men de stand van de sterren, kosmische energieën en soms een koehoorn vol mest betrekt bij de wijnbouw.
Als je dat uitlegt aan iemand buiten de wijnwereld, denken ze meestal dat je een grap maakt.
Maar nee. Dit gebeurt echt.
Er zijn wijnboeren die hun wijngaard behandelen alsof hij een astrologisch consult nodig heeft.
“Vandaag niet oogsten,” zegt iemand ernstig.
“De maan staat verkeerd.”
Vroeger noemden we dat gewoon slecht weer.
Maar het mooiste fenomeen blijft toch de wijnfluisteraar.

De wijnfluisteraar swirl’t het glas alsof hij een delicate chirurgische ingreep uitvoert. Daarna steekt hij zijn neus zo diep in het glas dat je denkt dat hij de druiven persoonlijk wil bedanken.
En dan komt het.
“Hmm,” zegt hij.
Altijd hmm.
Daarna volgt een lijst van aroma’s die je normaal alleen aantreft in een bos na een lichte bosbrand.
“Gedroogde pruim, natte leisteen, zwarte thee, herfstblad, een vleugje zadelkamer en misschien… ja… iets van bosgrond na regen.”
Niemand durft te zeggen wat iedereen denkt:
Het ruikt gewoon naar wijn.
Maar dat is natuurlijk te simpel.
In de moderne wijnwereld mag niets meer gewoon lekker zijn. Nee, het moet een verhaal hebben. Een filosofie. Een kosmisch traject. Een druif met een identiteitsontwikkeling.

En ondertussen zit ergens een oude Italiaanse boer aan een houten tafel een glas wijn te drinken die hij zelf heeft gemaakt.
Geen natuurmanifest.
Geen astrologische kalender.
Geen fermentatie-dagboek op Instagram.
Gewoon wijn.
En die smaakt verdacht goed.
