Zodra de thermometer boven de dertig graden kruipt, verandert Nederland in een openluchtuniversiteit vol zelfbenoemde hydratatie-experts. Iedereen heeft ineens een mening over wat je moet drinken. De buurman zweert bij lauw water met komkommer. De yogajuf komt aanzetten met kokoswater. De fitnessgoeroe gooit er elektrolyten, magnesium, kalium en waarschijnlijk ook een scheutje plutonium doorheen. En ergens staat altijd iemand die roept: “Je moet vóórdat je dorst krijgt al drinken.”
Alsof ik de hele dag met een drinkwekker om mijn nek wil rondlopen.
Water is natuurlijk de beste dorstlesser. Dat weten we allemaal. Het vult aan wat je verliest door te zweten en is precies daarom het standaardadvies bij warm weer. (Encyclo)
Maar daar houdt de gezelligheid ook direct op.

Water is fantastisch. Het lest de dorst. Het bevat geen calorieën. Geen alcohol. Geen suiker. Geen kleur. Geen geur. Geen persoonlijkheid. Water is eigenlijk de accountant onder de dranken.
Toch blijft de mens zoeken naar iets spannenders.

Op sociale media vliegen de wonderdrankjes je om de oren. Detox-water met citroen, munt, komkommer, gember, chiazaad, Himalayazout en waarschijnlijk nog een halve kamerplant. Alsof je geen dorst hebt, maar een aquarium wilt beginnen.
En dan de wijnliefhebbers.
Die roepen steevast: “Een lekker gekoeld glas sauvignon blanc is ook vocht.”
Dat klopt.
Net zoals slagroom technisch gezien ook zuivel is.

En bier?
Iedere zomer verschijnt er wel iemand die uitlegt dat pils voor negentig procent uit water bestaat. Dat is waar. Alleen vergeten ze voor het gemak die overige tien procent, die ervoor zorgt dat je na drie glazen ineens denkt dat het een uitstekend idee is om de barbecue aan te steken met spiritus.
Nee, de grootste onzin komt van de fabrikanten van sportdranken.
Je hebt net drie meter gelopen van de woonkamer naar de tuin, maar volgens de reclame heb je een isotone drank nodig die is ontwikkeld door wetenschappers, getest op topsporters en verkocht voor de prijs van een goede Bourgogne.
Rustig aan, Usain Bolt.
Je bent onderweg naar de parasol.
Wat mij vooral opvalt, is dat hitte een wonderlijke invloed heeft op mensen. Normaal drinken ze met moeite twee glazen water per dag. Maar zodra het KNMI “warm” zegt, lopen ze ineens rond met een drinkfles van anderhalve liter die eruitziet alsof hij rechtstreeks van een expeditie naar de Noordpool komt.
Elke vijf minuten nemen ze demonstratief een slok.
Niet omdat ze dorst hebben.
Maar omdat iedereen moet zien dat ze verantwoord bezig zijn.
Hetzelfde volk dat in januari met een frikandel speciaal in de hand beweert dat gezondheid “ook niet alles is”.

Zelf houd ik het simpel.
Drink voldoende water.
Geniet gerust van een goed glas wijn als de zon langzaam ondergaat. Of van een koud speciaalbier op een schaduwrijk terras. Niet omdat het de beste dorstlesser is, maar omdat het leven al serieus genoeg is.
Want uiteindelijk is de beste dorstlesser niet de drank waar de influencers, diëtisten of gezondheidsgoeroes ruzie over maken.
De beste dorstlesser is degene die je drinkt voordat je buurman begint uit te leggen dat hij sinds vorige week alleen nog smeltwater uit een IJslandse gletsjer drinkt.
Daar krijg je namelijk pas echt een droge keel van.
