De afdronk van Cornelis. Omdat je ook samen teleurgesteld kunt worden.
Er was een tijd dat mozzarella gewoon kaas was. Een vriendelijke, witte bol die zich zonder kapsones liet serveren met tomaat en basilicum. Maar toen kwam burrata. Dezelfde Italiaanse familie, alleen met een betere pr-afdeling, een romig binnenste en een prijskaartje waarvoor je vroeger een complete lunch kreeg. Welkom in de wonderlijke wereld van culinaire inflatie, waar goedkoop duur wordt zodra iemand er ‘artisanale beleving’ bij schrijft.

Van boerenkaas tot statussymbool
Ik herinner me nog de tijd dat je in een restaurant een voorgerecht bestelde en daar daadwerkelijk een voorgerecht voor terugkreeg.
Tegenwoordig bestel je burrata.
Negentien euro.
Voor een witte bal.
Op een bord.
Met drie gehalveerde kerstomaatjes, een verdwaald blaadje basilicum en een artistieke veeg olijfolie die vermoedelijk met een pipet is aangebracht door iemand met een kunstacademiediploma.
De ober zet het bord neer alsof hij zojuist de kroonjuwelen van Italië heeft afgeleverd.
“Onze burrata, met langzaam gegaarde tomaat, basilicumolie en een subtiele toets van zeezout.”
Prachtig.
Ik zie kaas, tomaat en zout.
Maar kennelijk ben ik culinair onvoldoende ontwikkeld om de andere zestien euro te herkennen.

Het wonder van de Italiaanse marketing
Voor de duidelijkheid: burrata is heerlijk.
Een goede burrata heeft een zachte buitenkant van mozzarella en een romige vulling van stracciatella en room. Daar is niets mis mee.
Sterker nog, geef mij een verse burrata, rijpe tomaten, uitstekende olijfolie en wat brood, en ik ben een gelukkig mens.
Maar ergens onderweg heeft de horeca ontdekt dat je van een eenvoudige Italiaanse kaas een luxeproduct kunt maken door hem op een groot bord te leggen en vooral niets anders toe te voegen.
Vroeger heette dat zuinigheid.
Nu heet het minimalisme.
En minimalisme is fantastisch voor de winstmarge.
Vooral wanneer de klant het verschil tussen eenvoud en armoede niet meer durft te benoemen.

De foodie betaalt graag te veel
Het mooiste is dat we er zelf enthousiast aan meewerken.
Zet een gewone mozzarella op de kaart voor € 7,50 en iedereen denkt: aardig voorgerechtje.
Schrijf ‘Burrata di Puglia, heirloom tomatoes, basil emulsion’ en plotseling is € 19 volkomen redelijk.
Want het klinkt internationaal.
En internationaal betekent duur.
Bovendien moet er natuurlijk een foto van gemaakt worden.
De telefoon verschijnt nog voordat de ober zijn vingers onder het bord vandaan heeft gehaald.
“Wacht even, ik moet dit op Instagram zetten!”
Daar ligt hij dan.
Een witte kaasbal, gefotografeerd vanuit zes hoeken, met een filter waardoor hij eruitziet alsof hij persoonlijk door Michelangelo is geboetseerd.
Bijschrift: Amazing food experience!
Negentien euro armer, maar wel twaalf likes rijker.
Wie heeft er nog pensioen nodig?

Inflatie met een blaadje basilicum
Natuurlijk zijn de kosten in de horeca gestegen.
Personeel, energie, huur, ingrediënten. Allemaal waar.
Een restaurant moet geld verdienen en een goede kok verdient een fatsoenlijk salaris.
Maar er bestaat een verschil tussen een eerlijke prijs en een prijs die vooral mogelijk is omdat niemand meer durft te vragen of het niet een beetje belachelijk wordt.
Bij burrata is dat verschil soms ongeveer tien euro.
De moderne menukaart is sowieso een wonderlijk document geworden.
Brood heet tegenwoordig ‘sourdough selection’.
Boter wordt ‘cultured butter’.
En een halve bloemkool krijgt een eigen biografie, inclusief de naam van de boer die hem emotioneel heeft begeleid tijdens zijn jeugd.
Alles krijgt een verhaal.
Behalve de rekening.
Die spreekt voor zichzelf.

Samen delen, samen betalen
En dan komt de ober met het ultieme voorstel.
“Misschien leuk om de burrata samen te delen?”
Natuurlijk!
Want wat is er gezelliger dan met vier volwassenen rond één kaasbal zitten en diplomatiek onderhandelen over wie het laatste lepeltje room krijgt?
Shared dining.
Omdat je ook samen teleurgesteld kunt worden.
Vier vorken, één burrata en negentien euro.
Dat is geen voorgerecht.
Dat is een bestuursvergadering met zuivel.
De afdronk
Begrijp me goed. Ik betaal graag voor kwaliteit, vakmanschap en gastvrijheid.
Maar ik weiger te geloven dat iedere witte kaasbal tegenwoordig een exclusieve culinaire ervaring vertegenwoordigt.
Soms is burrata gewoon burrata.
Heerlijk, romig en Italiaans.
Zonder sterrenstatus.
Dus wanneer een ober mij de volgende keer een burrata van negentien euro aanbiedt, stel ik één eenvoudige vraag:
“Is die kaas zo duur omdat hij bijzonder lekker is, of heeft hij inmiddels ook een hypotheek?”
Tot de volgende afdronk.
