Hippe cocktailbars zijn de enige plekken waar je vrijwillig 18 euro betaalt om je licht ongemakkelijk te voelen. Niet dronken, ongemakkelijk. Alsof je per ongeluk een yogales bent binnengelopen terwijl je alleen maar iets wilde drinken.

De cocktailkaart is geen kaart, maar een manifest. Gedrukt op papier zo dik dat het waarschijnlijk zelf ook 18 euro kost. De letters zijn vaag, scheef en emotioneel beschadigd. Je leest geen ingrediënten, je leest poëzie.

Juniper. Silence. A hint of regret.

Je vraagt: “Wat zit hierin?”

De bartender, altijd met snor, altijd met schort, altijd met een mening, antwoordt niet. Hij vertelt een verhaal. Over een gin die “ontstond uit een innerlijke zoektocht”. Over citrus die “niet overheerst”. Over ijs dat “bewust groot is”.

Bewust groot. Het ijs heeft nagedacht over zijn vorm. Meer dan jij vandaag.

Dan komt het glas. Een aquarium op steel. Met rook. Altijd rook. Want zonder rook lijkt het te veel op een drankje. Er drijft een komkommer in die er uitziet alsof hij net een burn-out heeft gehad. Deze komkommer heeft geen haast. Deze komkommer voelt.

Eerste slok.

Het smaakt naar gin, ja, maar ook naar takkenbos, sauna, en een biowinkel waar niemand lacht. Je knikt. Want je knikt hier. Zeggen dat je het niet lekker vindt mag niet. Dat is cultureel analfabetisme. Dan ben je “nog niet zover”.

“Interessant,” zeg je.

Dat is cocktailtaal voor: waarom heb ik geen pils besteld?

Naast je zit iemand die bij elke slok zachtjes “mmm” zegt, alsof die een documentaire over zichzelf kijkt. Iemand anders maakt een foto van zijn glas. Niet om te onthouden, maar om te bewijzen dat hij hier was. Dit drankje is niet bedoeld om te drinken, maar om te ervaren. Liefst met hashtag.

En dan de rekening. 18 euro. Soms 19. “Vanwege de botanicals.” Botanicals zijn kruiden die hun marketing hebben afgerond. Er ligt geen nootje bij. Geen olijf. Wel de morele superioriteit van iemand die zijn eigen tonic heeft gekozen.

Ik mis eenvoud. Ik mis bars waar gin-tonic gewoon gin-tonic heet. Waar de komkommer geen jeugdtrauma heeft. Waar 18 euro genoeg is voor twee drankjes en een slechte beslissing.

Maar goed. Ik betaal. Ik drink. Ik luister naar het verhaal van het ijs. En ik denk maar één ding:
voor dit geld had die komkommer me tenminste mogen omhelzen.