Of hoe mijn hoofdgerecht een emotionele ervaring werd — vooral vanwege de honger.
Er zijn restaurants waar je eet. En er zijn restaurants waar je ervaart. Waar het eten spreekt, het bord een canvas is en jij als klant alleen maar moet applaudisseren — hongerig, maar dankbaar dat je onderdeel mocht zijn van dit esthetisch festijn.
Laatst schoof ik aan in zo’n etablissement. De bediening sprak in fluistertoon, de menukaart was een gedicht (in Helvetica Light, uiteraard), en het interieur deed denken aan een galerie waar ze vergeten waren schilderijen op te hangen.

Mijn oog viel op een gerecht dat “Rund – rook – aarde” heette. Geen uitleg, geen werkwoorden, geen hoop. Maar ik voelde me dapper.
Wat ik kreeg: een groot wit bord. In het midden een streep saus, een stip mousse, drie druppels iets wat waarschijnlijk ooit een jus was en een stukje vlees ter grootte van een postzegel. Abstract. Emotioneel. Verwarrend. Rothko, maar dan medium rare.
Ik keek ernaar zoals je naar moderne kunst kijkt: met lichte paniek en de drang om iets te begrijpen. Een ober kwam langs. “En?” vroeg hij, met een verheven blik.
Ik zei: “Het lijkt alsof de chef een zenuwinzinking had tijdens het dresseren.”
Hij knikte instemmend. “Ja, het is rauw.”
Het bord had vermoedelijk meer waardering nodig dan bestek. Maar ik was naïef genoeg om honger te hebben.

Het mooiste? De chef kwam persoonlijk langs. Typische kunstenaarsziel: knotje, tatoeage van een mes op zijn onderarm, en een blik alsof hij al drie sterren had maar de Michelin-inspecteurs het nog niet doorhadden.
“Ik wilde het gevoel van vlees overbrengen,” zei hij. “Niet het vlees zelf.”
Kijk, ik hou van esthetiek. Maar als mijn hoofdgerecht meer ruimte laat voor contemplatie dan voor voedingsstoffen, dan heb ik een probleem. Ik kwam niet naar een expositie. Ik kwam om te eten.
Een vriendin aan tafel fluisterde: “Eten is toch ook een vorm van kunst?”
Zeker. Maar dit was kunst zonder publiek. Zonder hongerige mensen in elk geval.
Samengevat: ik bestelde steak. Ik kreeg een statement. En ik ging naar huis met een halflege maag, een volle rekening en het onuitwisbare gevoel dat ik net 78 euro heb betaald voor een bord waarop de chef per ongeluk zijn penselen had laten vallen.
