Er was een tijd dat een menukaart gewoon vertelde wat je kreeg. Biefstuk. Soep. Appeltaart. Tegenwoordig krijg je een novelle voorgeschoteld waarin de tomaat een jeugdtrauma heeft, de kip een mindfulnesscursus volgde en de saus “met aandacht is gereduceerd”.

Laten we eens door de rookgordijnen snijden.

Ambachtelijk

Het woord dat alles betekent en dus niets. “Ambachtelijk brood.” Prachtig. Door wie? Door Kevin van 19 die om 05.00 uur een zak mix in een machine kiepert? Ambachtelijk suggereert bloem op de wangen, eelt op de handen en een zuurdesemstarter met meer karakter dan de gemiddelde influencer.

In werkelijkheid betekent het vaak: niet uit een fabriek van 40.000 vierkante meter, maar uit eentje van 4.000.

Huisgemaakt

Mijn favoriet. “Huisgemaakte tiramisu.” Wiens huis? Dat van de chef? Of dat van Sligro?

De juridische realiteit is simpel: als iemand in het pand het deksel van een emmer haalt en er een toef mascarpone op spuit, is het technisch gezien “in huis gemaakt”. Het huis kan ook een bedrijfspand op een industrieterrein zijn met systeemplafond. Gezellig.

Vers

Als een restaurant moet benadrukken dat iets vers is, moet u zich vooral afvragen waarom dat nodig is. Niemand zet op een menukaart: “Onze vis is waarschijnlijk nog eetbaar.”

Vers is geen kwaliteit, het is een minimale voorwaarde. Net als ademhalen bij de bediening.

Lokaal

Ah, lokaal. Het woord dat tegenwoordig heilig is. “Lokaal rund.” Dat kan betekenen: uit de polder naast het dorp. Het kan ook betekenen: binnen een straal van 300 kilometer.

Lokaal is rekbaar. Net als het geweten van sommige inkopers.

Duurzaam

Duurzaam is de culinaire variant van “ik ben spiritueel”. Het klinkt goed, niemand weet precies wat het betekent en iedereen knikt instemmend.

Een rietje van papier en vervolgens een Argentijnse steak van 12.000 kilometer verderop serveren? Geen probleem. Het rietje is duurzaam, dus de planeet kan er weer een week tegen.

Streetfood

Ooit betekende het: eten van een kraampje, plastic stoeltje, saus op je schoenen, geluk in je hand.

Nu betekent het: een miniburger op een leistenen plank voor 18 euro. Geserveerd met een pipetje mango-emulsie. Streetfood zonder straat. Zonder spontaniteit. Zonder lage prijs. Wat resteert is marketing.

Authentiek

Authentiek volgens wie? De nonna? Of de marketingafdeling?

“Authentieke Thaise curry” in een dorp waar de meest exotische specerij jarenlang paprikapoeder was. Authentiek is een gevoel, geen garantie. En het gevoel wordt meestal gecreëerd met een paar bamboematjes en een Spotify-playlist.

Seizoensgebonden

Prachtig woord. Tot je in februari aardbeien op het dessert ziet. “Ja, maar uit Spanje.”

Seizoensgebonden betekent steeds vaker: het seizoen ergens op aarde.

Met liefde bereid

Liefde is geen ingrediënt. Liefde maakt een gerecht niet beter als de saus geschift is en de aardappelen zompig.

Ik ken koks met een temperament van een opgefokte snelkookpan die briljant koken. En ik ken uiterst liefdevolle hobbyisten bij wie zelfs de hond het bord laat staan.

Waar wordt de klant echt mee om de tuin geleid?

Niet met één woord. Maar met stapeling.

“Ambachtelijke, huisgemaakte, duurzame streetfood-ervaring met lokale touch.”

Als een menukaart klinkt als een LinkedIn-profiel, moet u alert zijn.

De grootste misleiding zit in suggestie. In sfeerwoorden die kwaliteit insinueren zonder iets concreets te beloven. Geen herkomst, geen techniek, geen specificatie, alleen emotie.

Echte kwaliteit heeft geen rookmachine nodig. Zet op de kaart: “Runderstoof, zes uur gegaard, van koeien uit de Beemster.” Klaar. Transparantie is het nieuwe sexy.

Alles daarbuiten is vaak semantische mayonaise: luchtig, vet en vooral bedoeld om iets droogs smeuïg te laten lijken.

Dus de volgende keer dat u “ambachtelijk streetfood met een duurzame twist” leest, stel uzelf één simpele vraag:

Zou ik dit ook bestellen als er gewoon stond: stoofpot met friet?

Zo niet, dan weet u genoeg.

Eet smakelijk.