Er was een tijd dat wijn drinken overzichtelijk was.

Je schonk een glas in, rook eraan, nam een slok en zei:

‘Lekker.’

Of:

‘Niet te zuipen.’

Daarmee was de wijnbespreking afgerond en kon het gesprek weer verdergaan over belangrijkere zaken, zoals voetbal, politiek of waarom de buurman alweer een nieuwe auto had.

Maar die tijd is voorbij.

Tegenwoordig moet wijn geduid worden.

Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

En vooral tannine.

Tannine mag namelijk niet meer gewoon tannine zijn. Nee, tannine heeft tegenwoordig een textuur.

Het is zijdezacht.
Fijnkorrelig.
Gepolijst.
Satijnachtig.
En vooral:

fluweel.

Ik heb de afgelopen jaren zoveel fluwelen tannines voorbij horen komen dat ik vermoed dat ergens in Bordeaux een complete meubelboulevard wordt leeggekocht.

Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

Wat is tannine eigenlijk?

Even voor wie tijdens de wijncursus vooral naar het glas keek.

Tannines zijn stoffen die onder meer uit druivenschillen, pitten, steeltjes en hout kunnen komen, ook wel bekend als looizuur. Ze reageren met eiwitten in je speeksel en veroorzaken daardoor dat droge, stroevere gevoel in je mond. Dat is geen dichterlijke interpretatie, maar gewoon wat er gebeurt.

Tannines kunnen hard, groen en stroef zijn, maar ook rijp, fijn en soepel. Zelfs serieuze wijnopleidingen gebruiken woorden als smooth, fine-grained en soms velvety om die textuur te beschrijven.

Dus het woord fluweel is niet per definitie onzin.

Het probleem begint wanneer iedere tannine ineens fluweel is.

‘Prachtige wijn. Heel veel zwart fruit. Mooie zuren. En dan die fluwelige tannines.’

Natuurlijk.

Want zeggen:

‘Hij trekt mijn tandvlees een beetje droog, maar verder prima’

klinkt op een proeverij van 85 euro per persoon toch minder overtuigend.

Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

De wijnproeverij als stoffenwinkel

Ik zat ooit naast iemand die bij een rode wijn zei:

‘De tannines zijn bijna kasjmierachtig.’

Kasjmierachtig.

Ik keek naar mijn glas.

Ik keek naar hem.

Ik keek opnieuw naar mijn glas.

Misschien had ik iets gemist.

Moest ik de wijn drinken of aantrekken?

Sindsdien wacht ik op de eerste sommelier die zegt:

‘In de aanzet wat corduroy, daarna een duidelijke ribfluwelen structuur, met in de afdronk een klein accent van ongebleekt linnen.’

En iedereen aan tafel knikt.

Want dat is het mooiste van wijnsnobisme: niemand durft als eerste te zeggen dat hij geen idee heeft waar het over gaat.

‘Proeft u die fluwelige tannines?’

‘Jazeker.’

Nee, Karel.

Je proeft helemaal geen fluweel.

Je hebt ooit één keer aan een gordijn gelikt en probeert daar nu een carrière van te maken.

Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

Hoe duurder de wijn, hoe zachter de stof

Opmerkelijk genoeg lijkt de prijs van een fles rechtstreeks verband te houden met de gebruikte textielsoort.

Bij acht euro zijn de tannines ‘stevig’.

Bij vijftien euro worden ze ‘soepel’.

Vanaf dertig euro zijn ze ‘zijdezacht’.

Boven de vijftig euro verschijnt fluweel.

En vanaf honderd euro krijgen we vermoedelijk iets uit de haute couture.

‘De tannines doen denken aan een met de hand geweven Italiaanse stof uit een klein atelier bij Como.’

Prijs: 189 euro.

Exclusief kurk.

Het grappige is dat onderzoek naar tanninebeschrijvingen juist laat zien dat zulke termen lang niet altijd scherp omlijnd zijn. Deskundigen gebruiken allerlei woorden voor tannines, maar de precieze betekenis en onderlinge grenzen zijn vaak behoorlijk vaag.

Dat lijkt me uitstekend nieuws voor de wijnwereld.

Want hoe vager het woord, hoe moeilijker iemand kan zeggen dat je ongelijk hebt.

Afbeelding gemaakt met ChatGPT van OpenAI.

Ik stel daarom nieuwe regels voor

Vanaf nu mag ‘fluwelige tannine’ alleen nog worden gebruikt als er bij de proeverij daadwerkelijk een stuk fluweel aanwezig is.

Eerst voelen.

Dan drinken.

Vergelijken.

Bij twijfel komt er een onafhankelijke stoffeerder bij.

En misschien ontdekken we dan dat sommige tannines helemaal niet fluwelig zijn.

Misschien zijn ze gewoon zacht.

Of stevig.

Of stroef.

Of lekker.

Wat trouwens een uitstekend wijnwoord is.

Dus als iemand mij binnenkort vraagt:

‘Cornelis, hoe ervaar jij de tannines?’

dan neem ik nog een slok, denk diep na en zeg:

‘Meer velours dan fluweel. Met een klein Ikea-bankstelletje in de afdronk.’

En vervolgens kijk ik ernstig.

Want dát is essentieel.

Bij wijnsnobisme kun je vrijwel alles zeggen.

Zolang je er maar bij kijkt alsof de rest het eigenlijk had moeten weten.