De Nederlandse biersector maakt zich zorgen over een aantal belastingmaatregelen die vanaf 2027 boven de markt hangen. Brancheorganisaties waarschuwen voor de combinatie van een jaarlijkse indexering van de bieraccijns, een hogere belasting op leidingwater en het mogelijke verdwijnen van het verlaagde accijnstarief voor kleine brouwerijen. In aanloop naar Prinsjesdag hebben brouwers daarom een open brief aan de politiek gestuurd en een petitie gestart.
Nederlandse Brouwers en brancheorganisatie CRAFT richten zich in de open brief tot premier Rob Jetten, de vicepremiers en de fractievoorzitters van de coalitiepartijen. Zij willen voorkomen dat verschillende lastenverzwaringen tegelijkertijd bij brouwerijen terechtkomen.
De timing is niet toevallig. De plannen komen naar buiten in aanloop naar Prinsjesdag en de behandeling van de begroting voor 2027. Vooral kleine brouwerijen maken zich zorgen over het voornemen om het zogenoemde kleinbrouwerstarief af te schaffen.
Kleinbrouwerstarief onder druk
Kleine zelfstandige brouwerijen kunnen momenteel onder voorwaarden gebruikmaken van een lager accijnstarief. Brouwerijen die jaarlijks niet meer dan 200.000 hectoliter produceren, krijgen een korting van 7,5 procent op de bieraccijns.
Uit uitgelekte Prinsjesdagstukken blijkt dat het kabinet van plan is deze regeling af te schaffen. Voor kleine brouwers betekent dat rechtstreeks een hogere accijnslast.
Daarnaast wijzen de brancheorganisaties op de voorgenomen jaarlijkse indexering van de bieraccijns vanaf 2027 en een hogere belasting op leidingwater. Omdat water zowel grondstof als een belangrijk onderdeel van het productieproces is, raakt zo’n verhoging brouwerijen relatief direct.
Biermarkt staat al onder druk
Volgens Nederlandse Brouwers komen de maatregelen op een ongelukkig moment. De organisatie wijst erop dat de Nederlandse biermarkt al enkele jaren krimpt en dat brouwerijen tegelijkertijd te maken hebben met hogere kosten voor onder meer personeel, energie, verpakkingen en grondstoffen.
De branche stelt bovendien dat de marge op een flesje bier bij veel producenten slechts enkele centen bedraagt. Die bewering is moeilijk onafhankelijk voor de gehele sector vast te stellen: marges verschillen sterk per brouwerij, verkoopkanaal en biersoort.
Ook de waarschuwing dat de maatregelen voor brouwerijen het verschil kunnen betekenen tussen doorgaan en stoppen, komt van de sector zelf. Dat kleine brouwerijen financiële druk ervaren, blijkt echter ook uit reacties van individuele brouwers. Vooral bedrijven met personeel, huur- en financieringslasten zeggen weinig ruimte te hebben om nieuwe kosten op te vangen.
Grens met Duitsland en België blijft gevoelig
De brouwers brengen daarnaast opnieuw de grensproblematiek onder de aandacht. Bier is in Duitsland en België vaak goedkoper en Nederlandse consumenten in grensgebieden kunnen daardoor besluiten hun aankopen over de grens te doen.
Dat verschijnsel bestaat al langer. Nederlandse Brouwers trok eerder samen met ondernemersorganisaties aan de bel over de economische positie van grensregio’s en vroeg de politiek om meer rekening te houden met verschillen in belastingen en accijnzen tussen Nederland en de buurlanden.
De stelling van de brouwers dat hogere Nederlandse belastingen uiteindelijk ook de schatkist geld kosten, ligt ingewikkelder. Wanneer consumenten daadwerkelijk meer bier in Duitsland of België kopen, loopt Nederland btw- en accijnsinkomsten mis. Hoe groot dat effect is en in hoeverre nieuwe belastingmaatregelen tot extra grensaankopen leiden, valt op basis van de nu beschikbare informatie echter niet precies vast te stellen.
Niet alleen brouwer betaalt
Ook is nog niet duidelijk welk deel van eventuele hogere belastingen uiteindelijk bij de consument terechtkomt. Brouwerijen kunnen de extra kosten zelf opvangen, doorberekenen aan horeca en winkels of een combinatie daarvan kiezen.
Voor de horeca kan een hogere inkoopprijs uiteindelijk leiden tot een duurder glas bier. Branchepartijen waarschuwen daarom voor een stapeling van effecten: de brouwer krijgt hogere lasten, de horeca betaalt mogelijk meer voor het bier en de consument ziet dat uiteindelijk terug op de rekening.
Dat scenario is aannemelijk, maar de exacte prijsstijging staat nog niet vast. Berekeningen over bijvoorbeeld tientallen centen extra voor een glas bier hangen af van biertype, alcoholpercentage, verpakking, btw, marges en de mate waarin bedrijven de lasten doorberekenen.
Petitie tegen belastingverhogingen
Naast de open brief zijn de brouwers een petitie gestart om politieke druk uit te oefenen. Volgens de initiatiefnemers passeerde die in korte tijd de grens van duizend ondertekeningen.
De petitie en open brief vormen onderdeel van een bredere lobby van de sector tegen verdere verhoging van de lasten op bier. Dat is niet nieuw. Nederlandse Brouwers en CRAFT voerden de afgelopen jaren vaker campagne tegen accijnsverhogingen en wezen daarbij eveneens op de gevolgen voor kleine brouwerijen en grensregio’s.
Of de huidige plannen daadwerkelijk ongewijzigd doorgaan, moet blijken uit de definitieve Prinsjesdagstukken en vervolgens uit de behandeling daarvan in Tweede en Eerste Kamer.
De aangekondigde maatregelen zijn daarmee nog geen voldongen feit. Maar voor met name kleine brouwers is er voldoende reden om de politieke discussie nauwlettend te volgen. Voor hen is de vraag niet alleen hoeveel belasting er straks op een glas bier zit, maar vooral hoeveel er na verkoop van dat glas nog voor de brouwer overblijft.
