Er is een moment waarop je weet dat een samenleving haar koers kwijt is.
Dat is niet wanneer de regering valt, of wanneer iemand “influencer” als beroep invult. Nee.

Het is wanneer je in een café een vegetarische bitterbal krijgt voorgeschoteld en iedereen doet alsof dit een vorm van verlossing is.

Alsof je ziel gered is.
Alsof je karma ineens op groen springt.
Alsof de planeet zichzelf spontaan herstelt omdat jij een gefrituurd hoopje twijfel hebt besteld.

Het cafédilemma: schuld verkopen in zes stuks

Cafés zijn tegenwoordig in de war. Vroeger hadden ze een simpel assortiment: bier, bitterballen, en een klant die in een hoekje stilletjes z’n leven zat te heroverwegen.

Nu moeten ze “inclusief” zijn.
“Bewust.”
“Van deze tijd.”

En dus verschijnen ze: de vegetarische bitterballen.

Niet omdat iemand erom vroeg.
Maar omdat niemand meer durft te zeggen dat-ie gewoon vlees wil.

De vegetarische bitterbal is niet geboren uit liefde.
Hij is geboren uit angst.
Angst voor reviews.
Angst voor hippe klanten met totebags.
Angst om gecanceld te worden door iemand met een TikTok over ethische mayo.

Wat zit erin? Geen mens die het weet

Het mooiste aan vegetarische bitterballen: niemand kan ooit vertellen wat erin zit.

Vraag het aan de ober en je krijgt antwoorden als:

  • “Groente.”
  • “Paddenstoelen.”
  • “Iets met biet.”
  • “Een soort ragout.”

Een soort ragout.
Ja, dat zei mijn oma ook als de hond in de pan was gevallen.

En dan neem je een hap en proef je… tja.
Een combinatie van nat karton, gemalen melancholie en een hint van “dit was ooit een wortel.”

Maar je mag dat niet zeggen.
Want het is vegetarisch, dus het is automatisch goed.
Een eetbare morele overwinning.

De groene kroket: marketing met paniek

De vegetarische bitterbal wordt altijd gepresenteerd alsof het een culinaire ontdekking is.

“Onze chef maakt ze zelf!”

Chef? In een café?
Maat, dit is een plek waar de bediening 12 minuten moet zoeken naar een fles ketchup.

En toch. Er komt een plankje. Altijd een plankje.
Met zes ballen, twee sausjes en een blaadje rucola dat als alibi dient.

Die rucola ligt daar niet voor smaak.
Die ligt daar als bewijs: kijk, het is groen, dus je bent een goed mens.

Een vegetarische bitterbal is geen snack. Het is een excuus.

Hij is bedoeld om het geweten te sussen.
Vooral dat van het café zelf.

Cafés denken namelijk dat als ze iets vegetarisch op de kaart zetten, ze automatisch een soort duurzaamheidscertificaat krijgen dat je met trots op je muur hangt naast “Beste borrelkaart 2016”.

Maar wat er werkelijk gebeurt:
Mensen eten hem omdat er geen alternatief is.
Niet omdat ze hem willen.

De vegetarische bitterbal is de snackversie van “we moeten iets met klimaat.”
Net genoeg moeite om erover op te scheppen.
Niet genoeg moeite om het echt lekker te maken.

En ja: hij smaakt altijd naar teleurstelling

Je kunt er donder op zeggen: de structuur is altijd hetzelfde.

Buitenkant: perfect krokant.
Binnenkant: een lauwe brij die zich gedraagt alsof hij niet gekozen heeft voor dit bestaan.

Het is alsof de vulling zelf ook denkt:
Had me gewoon vlees gemaakt. Dan had ik tenminste een functie gehad.

En dan komt het obligate gesprek aan tafel:
“Echt lekker hoor!”
“Ja verrassend!”
“Je mist het vlees totaal niet!”

Waarop ik altijd denk:
Als je het vlees totaal niet mist, waarom moet je dan een product namaken dat letterlijk is ontworpen om vlees te zijn?

Dat is alsof je zegt dat je prima zonder alcohol kunt en vervolgens een 0.0 gin-tonic bestelt die smaakt naar parfum en spijt.

De echte boodschap

De vegetarische bitterbal is geen symbool van vooruitgang.
Het is een symbool van wanhoop.

Van cafés die bang zijn.
Van consumenten die schuldig zijn.
Van een samenleving die denkt dat je wereldproblemen oplost met frituurvet.

En intussen verandert er niks.

Behalve dan dat we nu zelfs bij bitterballen moeten doen alsof we moreel verheven bezig zijn.

Ik verlang terug naar de tijd dat je gewoon een bitterbal kon eten zonder dat er een ideologie bij geserveerd werd.

Maar goed.
Misschien ben ik ouderwets.

Geef mij dan maar een ouderwetse bitterbal.
En als je me toch iets groens wilt geven:
doe dan gewoon een augurkje.

Dat is eerlijk.