Op zondagnamiddag 20 september trekt de Kleine Bloemenstoet voor de 64ste keer door de straten van Wommelgem. Van de vijf vandaag de dag nog in Vlaanderen georganiseerde bloemencorso’s is Wommelgem het enige waarin kinderen een hoofdrol spelen.
Klik hier voor de fotoreportage van Koen Mortelmans.
De Wommelgemse kinderbloemenstoet werd voor het eerst georganiseerd in 1962, als spin-off (al bestond dit woord toen nog niet) van de ‘grote bloemenstoet.’ De allereerste kinderstoet verliep niet zonder incidenten. Sommige volwassen wagenbouwers maakten zich boos omdat de kinderen nogal lukraak en zonder veel vragen te stellen her en der dahlia’s gingen plukken. “Schiet niet op de kinderen, maar schiet op mij,” nam de populaire onderpastoor Maurice De Vadder tijdens de mis de verdediging van de kinderen op zich. De kinderstoet was een initiatief waaraan hij fors had bijgedragen.
Groot en klein
De ‘grote’ bloemenstoet van Wommelgem reed voor het laatst uit in 1989. Vandaag telt Vlaanderen nog vijf bloemenstoeten. Naast Wommelgem gaat het om Blankenberge, Sint-Gillis-Bij-Dendermonde, Loenhout en Ternat. Vier ervan vinden plaats in augustus en september, omdat de gebruikte dahlia’s dan op hun best zijn. Ternat, in het voorjaar, gebruikt andere bloemen. Nederland telt nog een twintigtal bloemencorso’s, die overigens door de Unesco zijn erkend als immaterieel erfgoed.
Vroeger leerden de jonge wagenbouwers het ‘vak’ van de deelnemers aan de ‘grote’ stoet en maakten ze graag gebruik van afbraakmateriaal van de grote stoet. Vandaag biedt de vriendenkring die de Kleine Bloemenstoet organiseert kandidaat-deelnemers niet alleen gratis opleidingen aan, maar ook onderstellen, piepschuim en bloemen. De zeventigkoppige organisatie draait volledig op vrijwilligerswerk. Door de toenemende urbanisatie worden er in Wommelgem tegenwoordig minder dahlia’s geteeld dan een of twee generaties geleden. “We hebben afspraken met onze collega’s in Loenhout om bloemen te leveren en in geval van nood springt ook Zundert, vlak over de Nederlandse grens, bij,” zegt voorzitter Paul Van den Broeck. Hij streeft zelf niet naar Unesco-erkenning, want dit zou alleen maar meer werk met zich meebrengen voor de vrijwilligers.
De bebloemde wagens moeten een minimale basisoppervlakte hebben van 0,5 vierkante meter en maximaal 8 vierkante meter, wat indertijd de minimale oppervlakte was voor deelname aan de ‘grote’ stoet. Reglementair moeten de wagens worden voortgetrokken door kinderen. Dit beperkt eveneens de omvang.
Gratis toegankelijk
In 1962 reden er veertien wagentjes mee, tijdens het topjaar 1982 88. “Dat was te veel om efficiënt te werken,” getuigt Van den Broeck. “De voorbije jaren hadden we telkens vijftien tot twintig deelnemers.” De kwaliteit van dit kleinere aantal deelnemers ligt wel erg hoog. De gratis toegankelijke stoet kan dan ook altijd op een massale publieke belangstelling rekenen, maar de organisatoren moeten veel energie steken in het steeds opnieuw vinden en motiveren van deelnemers, ook al zijn het in de praktijk ouders en grootouders die de meeste wagens bouwen. Dit jaar waren er begin september veertien wagens ingeschreven.
Het kindervriendelijke aspect uit zich sterk in de randanimatie, met verschillende springkastelen, grimeurs, straatartiesten, een paardenmolen en een snoepjesregen. Muziekverenigingen luisteren zowel de stoet zelf als de randanimatie op. In 2026 zijn dat de lokale harmonie De Verbroedering, Sergeant Single & Captain Tiny en een clownsband. Wommelgem heeft ook een brandweermuseum, dat steevast twee historische brandweerwagens meestuurt om de stoet in te leiden en af te sluiten.
Inspiratie
In de loop der jaren vormde Walt Disney de grootste inspiratiebron voor de jonge wagenbouwers. Maar ook de andere film- en televisiefiguren, muziekvedetten en de Belgische stripwereld zijn populair. Uitzonderlijk komen ook sport en politiek wel eens om het hoekje kijken.
Reuzen
Er stappen dit jaar ook twee folkloristische reuzen mee in de staat. De Vaderreus is overigens vernoemd naar de stichter van de stoet. Die gaf ooit zijn plaats als onderpastoor in Wommelgem op om als priester-arbeider in de industrie te gaan werken. De reus maakte zijn opwachting in 1991, toen De Vader (1928-2007) nog in leven was. Hij –de reus – nam in de daaropvolgende jaren regelmatig deel aan sociale acties in het Antwerpse, vooral acties om de toegankelijkheid van verkeersinfrastructuur en gebouwen voor minder-validen te verbeteren. Opgebouwd uit vooral piepschuim en kippengaas liep de originele reus door die intensieve inzet wel heel wat schade op. De huidige reus is dan ook een grondig gerenoveerde versie.
De tweede reus heet Seba. Hij is van recente makelij en maakte onlangs zijn debuut. Seba dankt zijn naam aan kunstschilder Sebastiaen Vrancx (1573-1647), die diverse versie penseelde van de ‘plundering van Wommelgem’, een gebeurtenis uit 1589.
