Op 1 maart begint de meteorologische lente. Boven water merken we dat meteen: langere dagen, meer licht en zachtere temperaturen. Maar ook onder het zeeoppervlak verandert er van alles. Het mariene ecosysteem komt langzaam weer op gang en dat heeft grote invloed op vissen, schaal- en schelpdieren en uiteindelijk ook op wat er op ons bord belandt.

De motor van het zeeleven: plankton

De eerste verandering speelt zich af op microscopisch niveau. Zodra het daglicht toeneemt, groeit het fytoplankton: minuscule algen die de basis vormen van de voedselketen in zee.

Deze zogeheten voorjaarsbloei vormt het startsein voor een kettingreactie. Kleine organismen voeden zich met plankton, waarna grotere soorten daarop jagen. Stap voor stap komt zo het hele ecosysteem weer tot leven.

Vis volgt het voedsel

Veel vissoorten reageren direct op deze veranderingen. In het voorjaar trekken sommige soorten richting de kust, waar het water sneller opwarmt en voedsel gemakkelijker beschikbaar is.

Platvissen zoals schol en tong verschijnen dan vaker in kustwateren. Schol paait in de winter in diepere delen van de Noordzee en beweegt daarna naar ondiepere gebieden. Tong volgt een vergelijkbaar patroon. Zodra het water iets warmer wordt, stijgt hun activiteit en nemen ook de vangsten in de kustvisserij toe.

Ook kabeljauw verandert van gedrag. Na het winterse paaiseizoen verspreiden kabeljauwen zich weer over grotere delen van zee, op zoek naar voedsel. Daarbij volgen ze vaak scholen kleinere vissen.

Nieuwe migraties

Voor roofvissen markeert de lente het begin van nieuwe trekbewegingen. Zo trekken grote scholen makreel vanuit zuidelijkere wateren richting de Noordzee zodra de temperatuur stijgt. Ze volgen de voedselstromen die ontstaan door de planktonbloei.

Ook andere zeeorganismen reageren op het seizoen. Garnalen worden actiever in ondiepe kustgebieden, terwijl schelpdieren zoals oester en mossel profiteren van het grotere aanbod plankton in het water.

Minder bekende spelers

Naast bekende vissoorten verschijnen ook minder bekende bewoners van de zeebodem. De opvallende rode poon bijvoorbeeld, die met zijn kenmerkende ‘voeldraden’ over de bodem tast op zoek naar voedsel. Of griet, een verfijnde platvis die net als veel andere bodembewoners reageert op veranderingen in temperatuur en stroming.

Een langzaam ontwakend ecosysteem

De lente op zee voltrekt zich geleidelijk. Meer licht zorgt voor meer plankton, plankton trekt kleine dieren aan en dat lokt weer vissen. Het hele systeem komt stap voor stap in beweging.

Voor vissers betekent dat dat het aanbod op zee langzaam verandert na de winter. Sommige soorten keren terug naar de kust, andere worden actiever of beginnen nieuwe migraties.

De lente zie je misschien niet meteen aan het zeeoppervlak. Maar onder water gebeurt er al van alles in het licht dat dieper doordringt, in het plankton dat begint te groeien en in de vissen die weer op pad gaan.