Zo ik iets ben, ben ik een Hagenaar – Louis Couperus
Ik ben geboren in Nijmegen, maar ik heb tussen mijn vijfde en mijn twintigste in Den Haag gewoond, beter gezegd op Scheveningen. Je woont IN Den Haag, of je woont OP Scheveningen, daar herken je een echte inwoner aan. En ik ben me altijd Hagenaar blijven voelen.
Ik was van plan om een column te schrijven over Den Haag en ‘Hagenaar’ en ‘Hagenees. Maar over Den Haag is zoveel te vertellen dat ik er nu drie verschillende columns van maak. Neem alleen al de liedjes en verhalen van de ras Hagenaars Wieteke van Dort, Paul van Vliet en Koot en Bie. Ik ben een keer naar Paul van Vliet geweest, een ‘Avond aan Zee’, in het Kurhaus. Met als gast die avond toevallig zijn vrouw Liselore Gerritsen. De eerste column gaat over mijn herinneringen aan de connectie Den Haag en Indonesië.
Na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1949 zijn veel Indo’s en Indonesiërs in Den Haag komen wonen en wel op het zand, vooral in het Statenkwartier, waar ik ook woonde. Ik moet het iedere keer vertellen: een Indo is geen scheldwoord maar een woord voor iemand die een Indonesische moeder en Hollandse vader heeft of omgekeerd. Zoals mijn allereerste jeugdliefde, die, ondanks dat ze Indo is overduidelijk meer Indonesisch lijkt. Ze kwam uit Palembang. Mensen van WMO die gisteren bij me waren vroegen of ik ook iets Indisch omdat ik zoveel over Indië wist te vertellen, onder andere over Wieteke van Dort. Nee, ik heb niks Indisch, maar ik had natuurlijk allemaal vriendjes en vriendinnetjes als kind die tot de groep repatrianten behoorden. Luister maar eens naar het lied van Willem Willink en Wieteke van Dort (tekst) en Harry Bannink (muziek), gezongen door Tante Lien op een van haar kampulans en in de Late Late Lien Show ‘Den Haag, de weduwe van Indië ben jij’. Allen de titel is al raak!:
In het lied klinkt het heel treffend ‘In het Indisch Restaurant gonst het gesprek van alle kant: Tempo Doeloe , tempo doeloe in dat verre, verre land’. Dat men naar Den Haag trok komt mede omdat deze stad het regeringscentrum is en veel repatrianten ambtenaar of militairen waren. De ambtenaren kwamen meestal uit Den Haag en de militairen hadden vaak een connectie met het Ministerie van Defensie. De vader van een buurtjongetje heeft in Indonesië gewerkt. Ik kwam, 6 jaar oud, een keer bij hem spelen. Hij stond me op te wachten in de keuken met een theelepeltje met iets roods erop. Net afkomstig uit Nijmegen associeerde ik iets roods uiteraard met jam. Zijn vader smeerde dat rooie spul uitgebreid op boterhammen met pindakaas. Ik dacht dat moet dus wel lekker zijn en likte het theelepeltje leeg. En een lol dat mijn vriendje had… Ik ging ook een keer met hem mee naar de toko (nu restaurant Walong) om de hoek. De geur van de toko overwelmde me, maar vond ik niet vies.

Eén van de invloeden van de oud-Indiëgangers op Den Haag betreft de vele Indische restaurants die de stad telt, hoewel het er helaas steeds minder worden! Zo zijn de illustere zaken uit mijn jeugd, Garoeda en Tampat Senang ter ziele. Garoeda heeft een doorstart gemaakt las ik op internet, na zeven jaar! Er is een (vermoedelijk apocrief) verhaal dat een Nederlandse journalist de vraag stelde aan president Sukarno waar je het lekkers Indonesisch kon eten. Het antwoord van Sukarno luidde: “In Den Haag”. De Indonesische keuken bestaat niet, Indonesische restaurants combineren de verschillende streekkeukens, die sterk van elkaar verschillen. Zo is Sumatraans eten scherp en het scherpst het eten van Palembang. Javaans eten is veel zachter, veel terughoudender met sambal. Java heet Djawa in het Indonesisch. Kijk maar op een spijskaart: de toevoeging ‘djawa’ wijst op een gerecht uit de Javaanse keuken. Javaanse palmsuiker, die ik altijd in huis heb (in ronde schijven, niet als kristalsuiker) heet Goela Djawa. Die wordt vooral veel gebruikt op Oost-Java. Indonesisch eten moet je niet verwarren met Indisch eten, dat is een mengsel van Chinees, Indonesisch en Hollands, ontstaan hier in Nederland, in Den Haag dus. Een voorbeeld hiervan is Nasi Rames, die is hier is bedacht, maar nu ook onderdeel van de keuken is in Indonesië. De omgekeerde wereld dus. In de buurt waar ik woonde was, in de Van Loostraat, was een klein eethuisje, Het Indisch Eethuisje geheten. Op zondag was er een komen en gaan van buurtbewoners met een met een riem samengebonden stapel pannetjes van oplopende grootte, een zogenaamde rantang. Ook de rantang is onlosmakelijk verbonden met Indisch en Indonesisch eten hier. Voor liefhebbers van Indisch eten en verhalen van vroeger (Tempo Doeloe!) is er sinds enige jaren de glossy Indah*. In het begin Pindah* geheten, maar veel mensen stoorden zich aan die naam. Het is een geuzennaam, maar voor veel oud-Indiëgangers toch pijnlijk. De oprichters annex redactie hebben de ‘P’ eraf gehaald, nu is iedereen tevreden. Ik koop het geregeld.

Wat weinig mensen weten is dat oud-Indiëgangers ook aan de basis staan van Den Haag Popstad nr. 1. De repatrianten namen natuurlijk hun gezinnen mee en de jonge nieuwe Hagenaars gingen opvallend vaak in bandjes spelen. Hun muziek kreeg ook een eigen naam: ’Indorock’. Zonder de Indorockers hadden we niet zoveel Haagse bandjes zoals de Ricochets, later The Motions en nog later voor een deel Shocking Blue, de Golden Earrings (met ‘s’) en al die andere. De Indorock was de inspiratie voor veel jonge Hagenaars en Hagenezen om ook in bandjes te gaan spelen.
Met als beroemdste Indorockers natuurlijk de Tielman Brothers (echte broers en een zusje!), die in Duitsland meer succes hadden dan hier, de Nederlandse jeugd was nog niet toe aan wilde popmuziek. De leider van de Tielman Brothers was Andy. Ze waren beroemd door het grote aantal fratsen die ze uithaalden met hun instrumenten op het toneel. De bassist Ponthon zat soms schrijlings op zijn grote contrabas of lag er onder en Andy Tielman speelde gooide zijn gitaar hoog in de lucht en speelde het instrument op zijn rug. Jimi Hendrix is daar beroemd mee geworden, maar Jimi heeft al zijn fratsen afgekeken van Andy, toen hij een tijdje in West Europa was. Hij heeft ook geprobeerd om Rinus Gerritsen te strikken als bassist voor de Jimi Hendrix Experience, maar Rinus bleef de Earrings trouw. Nog steeds ademt Den Haag een Indische sfeer. Ik loop als ik er ben graag even langs het ontroerende standbeeld op de hoek van de Fred en het bijbehorend plein: ‘de Indische tantes’. Een initiatief van de schrijfster Yvonne Keuls voor haar eigen Indische tantes!
