Mensen die in een gebied met veel veehouderijen wonen, lopen een verhoogd risico op longontsteking. Dit risico neemt aanzienlijk toe wanneer zij zich binnen een straal van 2000 meter van een geitenhouderij bevinden. Recent onderzoek binnen het VGO-III-project (Veehouderij en Gezondheid Omwonenden), uitgevoerd door het RIVM, Universiteit Utrecht, Wageningen University & Research (WUR) en het Nivel, toont aan dat bacteriën in geitenstallen een mogelijke verklaring bieden voor dit verhoogde risico.

Onderzoek naar bacteriën in geitenhouderijen

Onderzoekers van Wageningen University & Research (WUR) analyseerden in samenwerking met de Universiteit Utrecht (UU) de luchtkwaliteit in geitenhouderijen. In de stallucht werden meer dan dertig verschillende bacteriën aangetroffen die longontsteking kunnen veroorzaken. Van deze bacteriën kwamen 23 soorten ook voor bij omwonenden, geitenhouders en in de buitenlucht rondom de geitenhouderijen. Dit wijst erop dat de bacteriën zich buiten de stallen verspreiden en mogelijk bijdragen aan het verhoogde aantal longontstekingen in deze gebieden.

Bevestiging van eerdere bevindingen

Eerdere onderzoeken (VGO-I en VGO-II) toonden al aan dat longontstekingen vaker voorkomen in gebieden met veel veehouderijen. VGO-III bevestigt niet alleen deze bevinding, maar onderstreept ook dat omwonenden van geitenhouderijen een extra hoog risico lopen. Dit risico is het grootst voor mensen die het dichtst bij de stallen wonen.

Diepgaande analyse van ziekteverwekkers

Binnen het VGO-III-project werden verschillende deelonderzoeken uitgevoerd om te achterhalen welke ziekteverwekkers verantwoordelijk kunnen zijn voor de verhoogde incidentie van longontstekingen. Wageningen Bioveterinary Research en Wageningen Livestock Research onderzochten samen met het Institute for Risk Assessment Sciences (IRAS) van de Universiteit Utrecht ziekteverwekkers op geitenbedrijven. Hierbij werden monsters geanalyseerd van onder andere geiten, mest, strooisel en stallucht op zestien verschillende bedrijven.

Uit de analyses bleek dat veel van de aangetroffen bacteriën afkomstig zijn uit het mengsel van stalmest en strooisel dat op de meeste geitenbedrijven wordt gebruikt. Opvallend was dat er geen direct verband werd gevonden tussen de aanwezigheid van ziekteverwekkers en specifieke bedrijfsfactoren zoals het ventilatiesysteem of de omvang van het bedrijf.

Verspreiding via de lucht

Metingen in de buitenlucht op negen locaties in Noord-Brabant en Limburg bevestigden dat een groot deel van de in de stallen gevonden bacteriën zich ook in de omgeving van de geitenhouderijen bevindt. Dit betekent dat de ziekteverwekkers zich via de lucht kunnen verspreiden en zo mogelijk bijdragen aan het verhoogde aantal longontstekingen bij omwonenden.

Aanbevelingen voor de toekomst

Op basis van de bevindingen uit VGO-III bevelen de onderzoekers aan om nader te onderzoeken hoe de hoeveelheid ziekteverwekkers in de stallucht en de omgevingslucht kan worden verminderd. Dit kan bijdragen aan het verlagen van het risico op longontstekingen bij omwonenden van geitenhouderijen. Mogelijke maatregelen kunnen zich richten op het verbeteren van de ventilatiesystemen in de stallen of het aanpassen van de mest- en strooiselverwerking.

Hoewel nog niet met zekerheid is vastgesteld dat de bacteriën uit de geitenstallen direct verantwoordelijk zijn voor de extra longontstekingen, bieden de onderzoeksresultaten voldoende aanleiding om verdere preventieve maatregelen te overwegen. Dit zou de gezondheid van omwonenden ten goede kunnen komen en bijdragen aan een betere luchtkwaliteit in gebieden met intensieve veehouderij.