In het hoogseizoen, januari-februari, maakte mijn moeder altijd twee keer een gamel erwtensoep. Nu is erwtensoep niet in een kleine hoeveelheid te maken, en zo een grote gamel was ook geen overbodige luxe bij dat hele grote gezin van ons, zeker toen er aanhang bij kwam. Het was een traditionele ceremonie die begon met het weken van spliterwten. (Ik moet ook hoognodig weer eens erwtensoep maken, voor een volgende column!). Op mijn woensdag koffie en soepclub hoorde ik waarom spliterwten essentieel zijn en het niet met doperwten kan. Waarom leest u binnenkort in de column erwtensoep. Nu verder over de traditie rond de erwtensoep.

Wij aten in mijn kindertijd na de erwtensoep altijd pannenkoeken. Bij een rondgang langs mijn woensdag koffie en soepclub bleek dat bijna iedereen dat deed! Twee machtige maaltijden achter elkaar. Ik zou het nu niet meer kunnen, maar ik spreek nu over de tijd dat ik nog in de groei was! Maar het blijkt een algemeen gebruik te zijn. Ik heb er geen eenduidige verklaring voor gevonden. Daar ga ik voor een volgende column nog naar zoeken.

Pannenkoeken zijn voor veel Nederlanders net zo traditioneel voor de winter als de erwtensoep. En zeker zo lekker. Het is waarschijnlijk het oudste speciaal bereide eten in de geschiedenis. Het recept is heel makkelijk: meel, melk, suiker, gist en zout. En een koekenpan! Dit is de basis.
Voor na de erwtensoep moesten mijn zusje Tressa en ik van tevoren de pannenkoeken bakken. Die vervolgens op een grote stapel op een bord warm gehouden werden, boven een pan kokend water. Ik geniet nog altijd van pannenkoeken, ik bak ze altijd zelf. Het is oh zo makkelijk. Je kan kant en klaar klare pannenkoekenmix kopen met zelfrijzend bakmeel, maar ik geef de voorkeur aan helemaal zelfgemaakt beslag. Ik heb alle ingrediënten altijd in huis: bloem, gist, eieren, zout, suiker en melk. Maak hiervan een naar smaak een dikker of dunner beslag. Ik doe er meestal ook appel, krenten en/of rozijnen bij! En traditioneel poedersuiker of stroop erop. Tot zover de pannenkoeken in het algemeen.


Ik ging vroeger heel vaak met mijn vriend Kees een dagje erop uit om planten en dieren te bekijken en foto’s te maken. Tussen de middag ergens lunchen in een pannenkoekenrestaurant. Kees werkte voor een grote oliefirma, boren naar gas. Of om met zijn eigen woorden te spreken: Vroeger werd ik met open armen ontvangen in Groningen, maar sinds kort moet ik in een geblindeerde auto er gemaskerd door heen rijden om niet gelyncht te worden! Maar hij hield een keuringslijst pannenkoeken met spek bij. Op nr. 1 en 2 stonden ex aequo een restaurant in respectievelijk Groningen en het Gooi. In die laatste kwam ik vaak met hem. De grootste dichtheid aan pannenkoekenrestaurants in Nederland tref je aan in de Lage Vuursche. Die gek genoeg allemaal bestaansrecht hebben. Pannenkoeken met spek of kaas hebben me overigens nooit aangetrokken, geen hartigs op mijn pannenkoeken.

Jan Kruis heeft jaren geleden als grap voor zijn kinderen Sint Pannenkoek uitgevonden en verwerkt in zijn strip Jan Jans en de Kinderen! Sint Pannenkoek valt op 29 november, de naamdag van de heilige St. Gerrit. Dat is een grapje van Jan Kruis, zijn vader (- een tevreden roker is geen onruststoker-) heette Gerrit en is de vader in het gezin van Jan Tromp. Daar zitten alle gezinsleden op 29 november dankzij Catootje met een pannenkoek op hun hoofd. Ik weet niet of Jan Kruis dat weet, maar het is niet origineel. Iemand was hem voor. In mijn schooltijd hadden we de eindlijst literatuur. (Bestaat dat nog? Ik hoop vurig van wel!). In mijn vaders boekenkast stond een boek dat me intrigeerde, om meerdere redenen. De dikte, het onderwerp, de illustraties et cetera. Het boek heette Dorp aan de Rivier door Antoon Coolen, een katholieke streekschrijver uit de Peel. Stond als favoriet op mijn eindlijst! Het boek draait om de dorpsarts Tjerk van Taeke, gemodelleerd naar de beroemde huisarts en schilder uit het dorp Deurne, Hendrik Wiegersma. Die de illustraties in het boek gemaakt heeft. Als ze in het gezin van de dokter pannenkoeken aten, dan legde dokter Tjerk van Taeke de eerste op zijn hoofd, voordat die ritueel opgegeten werd! En die was de lekkerste volgens zijn zonen. Een van die zonen, Friso Wiegersma, was de partner van Wim Sonneveld en schreef voor hem de tekst voor ‘Het Dorp’ (onder het pseudoniem Hugo Verhage). De zin uit het lied: ‘Langs het tuinpad van mijn vader’ is iconisch, en er staat nu zelfs een officieel naambord bij! (Foto!) Het huis van Tjerk van Taeke (Hendrik Wiegersma) is nu museum De Wieger in Deurne.
Een aantal jaren geleden kwam er een spellingshervorming, die mij nog steeds een gruwel is. Zo werd pannekoek ‘pannenkoek’. Maar voor één pannenkoek is maar één koekenpan nodig. Cornelis zei me dat in Brabant en Vlaanderen nog steeds gepraat wordt over ‘koekenbak’. Ik had nog nooit van het woord gehoord, maar vind het wel treffend. Koot en Bie hebben het ook opgepikt, via Dr. Klavan. Het is één pan en één koek, dus het is ‘pankoek’! Beslag is te hard gegist en dus te dik, het begon al te bakken! Nadat ik het verdund had, was het weer te dun. Dinsdag nog een restant, maar dan een beetje verdund. Maandag heb ik eten van RK Zorgcentrum Roomburgh.
