Historische steden in Italië kunnen de toevloed van toeristen, vooral dagjestoeristen, nog nauwelijks aan. Om die druk te verlagen en tegelijk Italië als aantrekkelijke reisbestemming te vrijwaren zet de overheid er nu sterker in op landelijk toerisme. Zo worden oude pelgrimswegen er in ere hersteld, niet meer als wegen naar traditionele bedevaartplaatsen, maar als bestemmingen op zichzelf.

Klik hier voor de fotoreportage van Koen Mortelmans.

Het toeristisch initiatief Antichi Cammini d’Italia (Oude Paden van Italië) is een onderdeel van het Italiaanse herstelplan (PNRR) om de druk op zwaarbezochte toeristische hotspots te verlichten en reizigers kennis te laten maken met minder bekende, landelijke gebieden.

Het is gericht op duurzaam, langzaam en authentiek reizen. Het project promoot vijf historische pelgrims- en wandelroutes op hun traject doorheen Lazio, de regio rond Rome. Al sinds de middeleeuwen zijn naast Rome ook Assisi en Monte Cassino vertrouwde bestemmingen van pelgrimsreizen. Van sommige routes zijn uit die tijd uitgebreide beschrijvingen overgeleverd. Dat maakte het mogelijk ze in grote lijnen te reconstrueren. En hoewel het typische wandelroutes zijn, zijn er ook specifieke busroutes en dagtochten ontwikkeld om bepaalde delen van de trajecten op een comfortabele manier te verkennen.

Hedendaagse aanpak

Langs de routes zijn zestig ‘slimme’ borden geïnstalleerd die automatisch via Bluetooth communiceren met de app ⁠Italia.it. Zo ontvang je pushmeldingen met gedetailleerde kaarten en multimediale content op je smartphone. Naast de slimme bewegwijzering is er een uitgebreid inventarisatieproject uitgevoerd, waarbij meer dan duizend bezienswaardigheden langs de routes werden gedocumenteerd.

Lokale vrijwilligers staan ervoor in dat de routes niet verwaarloosd worden. Hun werk impliceert niet alleen toezicht op infoborden, zitbanken en het verstrekken van algemene informatie. Ze onderhandelen bijvoorbeeld ook met landeigenaars, om pelgrims recht van doorgang te verlenen over historische routes op privéterrein.

Andere lokale initiatiefnemers vormen oude boerderijtjes om tot vakantieverblijven voor agrotoerisme of moderniseren de binnenkant van antieke dorps- en stadshuisjes tot eigentijdse BNB’s, met wifi. Als je geen reisstekker meebrengt om je toestellen aan te sluiten op oudere stopcontacten heeft de uitbater er doorgaans wel één te leen. Houd wel rekening met flink wat trapjes, want in dergelijke gebouwen was het vaak niet mogelijk een lift te plaatsen. Aan eetgelegenheden geen gebrek, zelfs niet in de kleinste stadjes. Zoek hier niet naar sterrenrestaurants, de gastronomische tradities en innovaties zijn hier zo diepgeworteld en spreken zo voor zichzelf dat niemand een ster nodig heeft.

Franciscus en Benedictus

De Via Francigena, de Via Romea Germanica en de Romea Strata zijn gebaseerd op oude pelgrimsroutes vanuit het noorden naar Rome. DE twee andere routes, de Cammino di San Francesco (Franciscusweg) en de Cammino di San Benedetto (Benedictusweg) zijn de dragers van twee grote tradities van de Europese spiritualiteit. Ze doorkruisen het binnenland van Lazio, langs tal van abdijen, kluizenaarsplaatsen, dorpen en Apennijnse landschappen, waar de christelijke spiritualiteit vanaf de vroege middeleeuwen vormen aannam die de Europese geschiedenis diepgaand hebben beïnvloed. Dit gebied kent (nog) geen massatoerisme. Antichi Cammini d’Italia maakte dit erfgoed zichtbaarder en toegankelijker te maken en bevordert een trage, duurzame en intensieve manier van reizen.

Franciscusweg

De Franciscusweg verbindt de belangrijkste plaatsen uit het leven van Franciscus van Assisi (1182–1226). De route bestaat uit twee hoofdtrajecten die samenkomen in Assisi. De 300 kilometer lange zuidelijke route loopt grotendeels door Lazio. Het spirituele hart van deze route ligt in de ‘Heilige Vallei’ van Rieti. Binnen een klein gebied bevinden zich vier franciscaanse heiligdommen, die verbonden zijn met belangrijke momenten uit het leven van Franciscus. De franciscaanse traditie is gebaseerd op de relatie met de natuur, de gemeenschap en de meest kwetsbaren.

Greccio is de plaats waar Franciscus in 1223 de eerste kerststal in de geschiedenis creëerde. Die traditie evolueerde in deze streek heel anders dan in het noorden van Europa. Ze telt vooral veel meer figuren en de ‘stal’ of ‘presepe’ vormt dikwijls het middelpunt in een drukke, eveneens met menselijke en andere figuren gevulde, stedelijke omgeving. Andere opvallende plaatsen langs de Franciscusweg zijn Fonte Colombo, waar hij de regel van zijn orde formuleerde en La Foresta, verbonden met het zogenaamde wonder van de druiven.

Benedictusweg

De Benedictusweg verbindt de markante plaatsen uit het leven van Benedictus van Nursia (circa 480–543), stichter van het westerse monnikendom en sinds 1964 patroon van Europa. Het langste en narratief rijkste gedeelte van de 300 kilometer lange route loopt door Lazio, via de centrale Apennijnen tot Monte Cassino. In de omgeving van Assisi (Umbrië) overlapt het traject over een beperkte lengte sommige varianten van de Franciscusweg. Stevige pelgrims combineren op die manier beide routes in één langere tocht.

In de hele regio Lazio bestonden talrijke kloosters, maar zelfs in de middeleeuwen was het monnikenleven niet altijd even aantrekkelijk. Af en toe werden kloosters gesloten en/of overgenomen door andere ordes. Wegens de rijke historische en vooral architecturale achtergrond steekt de overheid vandaag de dag een handje toe bij de bewaring van het erfgoed, al is het niet vanzelfsprekend een andere dan museale bestemming te vinden. Heel wat kloosterwinkels bieden ambachtelijke producten aan, zoals honing en lokale wijnen.

Een interessante plaats onderweg is Subiaco. Daar zou Benedictus wel twaalf kloostergemeenschappen gesticht hebben. De Sacro Speco is gebouwd tegen een rotswand, rond de grot waar Benedictus jarenlang als kluizenaar leefde. Indrukwekkende fresco’s beelden het leven van Benedictus uit. Ze verbergen niet dat er zich ook in kloosters ernstige interne conflicten afspeelden, die wel eens gepaard gingen met gewelddaden. Benedictus verkaste niet voor niets naar het meer zuidelijke Monte Cassino.

Op een nabije heuvel staat de abdij van Santa Scholastici, de tweelingzus van Benedictus. Deze abdij is, samen met Venetië, de bakermat van de Italiaanse boekdrukkunst. In 1465 werkte hier de eerste drukpers van Italië. Deze abdij is nog altijd actief in het maatschappelijke leven, als school.

Apotheek

Elke abdij heeft een eigen karakter, met kenmerkende architectuurperiode, ligging in het landschap, herinneringselementen aan zeer strenge tot zachtere kloosterregels of huidige invulling. Zo ademt de Certosa di Trisulti (‘certosa’ (kartuize) doordat de benedictijnen er ooit werden afgelost door kartuizers en die dan weer door cisterciënzers), de sfeer van de achttiende eeuw uit. De vroegere botanische tuin, vandaag veeleer een siertuin, oogt niet indrukwekkend, maar de oude apotheek in het gebouw erachter doet dat des temeer, zowel door de inhoud en opstelling als door de trompe l’oeil fresco’s. Vandaag leven er geen monniken meer in de certosa, maar probeert de regio Lazio ze op de kaart te zetten als toeristische attractie. Dat is een zachtere bestemming dan het omstreden plan van voormalig Trump-adviseur Steve Bannon, die in 2018 aankondigde dat hij er een soort gladiatorschool voor ambitieuze rechtse politici wou onderbrengen, maar in 2024 door een rechtbank werd teruggefloten.

Monte Cassino

Monte Cassino is veruit het bekendste klooster ten zuiden van Rome en één van de grootste wereldwijd. Het werd rond 529 gesticht door Benedictus, die er ook begraven ligt in de weelderige crypte. Latere bewoners speelden een belangrijke rol in het vertalen van Arabische werken over geneeskunde voor het christelijke Europa.

In de middeleeuwen had het klooster meermaals te lijden onder militair geweld, maar tijdens de Tweede Wereldoorlog werden de gebouwen volledig vernield door een geallieerd bombardement. De geallieerde bevelhebbers vermoedden dat de Duitsers er zich verschanst hadden, maar dat was niet het geval. Ze hadden wel stelling genomen in de bergwand en op de heuvel waarop het klooster was opgetrokken. Vandaaruit kon hun geschut de brede omgeving controleren. Na het bombardement namen ze ook in de kloosterruïne hun intrek.

Nog voor het bombardement hadden de monniken het klooster verlaten en waren ook de kunstwerken en antieke boeken geëvacueerd. De meeste burgerslachtoffers vielen dan ook niet in het klooster, maar in de omliggende locaties. Enkele honderden vluchtelingen hadden hun intrek genomen in de fundamenten van het gebouw. De meesten overleefden de bommenregen, dankzij de solide stenen basis. Dat er toch slachtoffers vielen was vooral te wijten aan een kapotgemaakt waterreservoir.

Oorlog en vrede

De Gustavlinie, de belangrijkste Duitse verdedigingslinie in Italië, liep langs Monte Cassino. Pas na verschillende aanvalspogingen en een maandenlange strijd (januari-begin juni 1944) konden de geallieerde legers een doorbraak forceren. Uiteindelijk veroverde het Poolse 2de Korps onder bevel van Wladyslaw Anders (1892-1970) het gebouw. Dit leger bestond grotendeels uit in 1939 door de Sovjet-Unie krijgsgevangen gemaakte Polen, die na de Duitse inval in de Sovjet-Unie waren vrijgelaten en via Iran, Irak en Egypte naar het westelijk front waren gestuurd. Een van hen was de latere Israëlische premier Menachem Begin (1913-1992).

De gevechten veroorzaakten zware menselijke verliezen in de legers die eraan deelnamen. Voor 1.072 gesneuvelde Poolse soldaten én hun in 1970 bijgezette generaal werd nabij de abdij een afzonderlijk soldatenkerkhof opgericht, met een museaal info- en onthaalcentrum. Hun grafstenen verschillen naargelang hun godsdienstige overtuiging: katholiek, Joods of oosters orthodox. Het kerkhof is ingericht in de vorm van een kelk, met de inkomzone als basis, een lange rechte weg naar de eigenlijke graven, die samen een halve cirkel vormen.

Na de oorlog zijn kosten nog moeite gespaard om de abdij te heropbouwen. Waar mogelijk gebeurde dit met oorspronkelijke materialen, maar het grootste deel van het huidige complex is een reconstructie.

De abdij is met de wagen bereikbaar, maar wie fit is en graag van het landschap geniet kan ook gebruik maken van het pelgrimspad vanaf het dorp Santa Lucia, waarbij je over een afstand van bijna 6 kilometer een hoogteverschil van bijna 350 meter overbrugt. Een korter traject, over een oud muilezelspad, is slechts een kleine 3 kilometer lang, maar het hoogteverschil blijft hetzelfde.

Roestige relicten

Tussen de verbrokkelde steentjes op het pelgrimspad vind je nog altijd talrijke stukjes roestig ijzer. Dat zijn uit elkaar gespatte resten van de 453,5 ton explosieve en brandbommen van het luchtbombardement. De huidige officiële rondleidingen staan dan ook sterk in het teken van de vrede.