Reizigers die deze zomer vanaf Nederlandse luchthavens vertrokken, kregen relatief vaak te maken met langdurige vertraging. Volgens een analyse van claimorganisatie Vlucht-Vertraagd.nl kwam 0,55 procent van de onderzochte vluchten minstens drie uur te laat op de eindbestemming aan. Daarmee ligt het percentage hoger dan op Frankfurt en Londen Heathrow, maar Nederland behoort niet tot de slechtst presterende luchthavens van Europa.
Vlucht-Vertraagd.nl analyseerde naar eigen zeggen ruim 1,6 miljoen vluchten in juni en juli 2026. De organisatie combineerde daarvoor vluchtgegevens met gegevens uit haar eigen claimbestand. Volgens de analyse kregen ruim 85.000 reizigers op Nederlandse luchthavens te maken met een vertraging van minstens drie uur. (Vlucht-Vertraagd.nl)
Het Nederlandse vertragingspercentage van 0,55 procent ligt inderdaad aanzienlijk hoger dan de 0,40 procent die de onderzoekers voor Frankfurt berekenden en de 0,39 procent voor Londen Heathrow. Ten opzichte van Frankfurt bedraagt het verschil ongeveer 38 procent en ten opzichte van Heathrow ongeveer 41 procent.
De conclusie dat Nederland daarmee 40 procent slechter presteert dan Europese luchthavens in het algemeen, gaat echter te ver. In de ranglijst van 27 onderzochte grote Europese luchthavens staat Amsterdam volgens de analyse op plaats elf. Brussel noteert bijvoorbeeld 0,64 procent langdurig vertraagde vluchten en Milaan Malpensa 1,23 procent. (Vlucht-Vertraagd.nl)
Budgetmaatschappijen relatief vaak vertraagd
Budgetmaatschappijen spelen volgens de onderzoekers een belangrijke rol in de Nederlandse cijfers. Transavia, easyJet, Ryanair, TUI fly Nederland, Wizz Air en Corendon Dutch Airlines waren gezamenlijk verantwoordelijk voor 25,6 procent van de geregistreerde langdurige vertragingen. Daarmee zouden ruim 20.000 reizigers zijn getroffen. (Vlucht-Vertraagd.nl)
Binnen deze groep registreerde Vlucht-Vertraagd.nl bij Corendon Dutch Airlines het hoogste percentage vluchten met minimaal drie uur vertraging: 0,67 procent. Transavia volgde met 0,60 procent, Ryanair met 0,58 procent, easyJet met 0,53 procent en Wizz Air met 0,46 procent. (Vlucht-Vertraagd.nl)
KLM kwam in dezelfde analyse uit op 0,24 procent. Daarmee presteerde de maatschappij volgens Vlucht-Vertraagd.nl deze zomer beter dan de andere grote maatschappijen op de Nederlandse markt. Ook deze cijfers zijn afkomstig uit de dataset van de claimorganisatie en kunnen daarom het best als onderzoeksresultaten van die organisatie worden beschouwd, niet als officiële landelijke punctualiteitsstatistieken. (Vlucht-Vertraagd.nl)
Oorzaken van vertraging niet altijd vastgesteld
Voor de oorzaken van de vertragingen gebruikte Vlucht-Vertraagd.nl gegevens die reizigers zelf bij het indienen van een claim doorgaven. Technische mankementen werden in 13,4 procent van de gevallen genoemd, gevolgd door een te laat binnengekomen toestel met 12,9 procent. Operationele problemen waren goed voor 6,8 procent en weersomstandigheden voor 5,6 procent. (Vlucht-Vertraagd.nl)
Deze percentages zeggen niet noodzakelijk wat de daadwerkelijke oorzaak van een vertraging was. De passagiers baseerden hun antwoorden veelal op informatie die zij tijdens de reis ontvingen. De luchtvaartmaatschappij of een andere onafhankelijke bron heeft deze oorzaken niet in alle gevallen bevestigd.
Vlucht-Vertraagd.nl stelt dat luchtvaartmaatschappijen weersomstandigheden soms aanvoeren om compensatie af te wijzen. De claimorganisatie heeft daarbij zelf een financieel belang: zij helpt reizigers tegen betaling bij het verhalen van compensatie. De stelling dat maatschappijen het weer bewust als excuus gebruiken om niet te betalen, valt op basis van de gepubliceerde cijfers niet zelfstandig vast te stellen.
Niet iedere vertraging geeft recht op geld
De Europese regels zijn genuanceerder dan de oorspronkelijke tekst van het persbericht suggereert. Passagiers kunnen op grond van Verordening (EG) 261/2004 aanspraak maken op compensatie wanneer zij hun eindbestemming minstens drie uur later bereiken. Het Europese Hof van Justitie heeft bevestigd dat langdurig vertraagde passagiers voor deze vergoeding in beginsel op dezelfde manier moeten worden behandeld als passagiers van geannuleerde vluchten. (Eur-lex)
De vergoeding bedraagt, afhankelijk van onder meer de vliegafstand en omstandigheden, doorgaans 250, 400 of maximaal 600 euro per passagier. Er bestaat echter geen recht op deze vaste compensatie wanneer de luchtvaartmaatschappij kan aantonen dat buitengewone omstandigheden de vertraging veroorzaakten en dat zij de vertraging ondanks redelijke maatregelen niet kon voorkomen.
Slecht weer kan zo’n buitengewone omstandigheid vormen, maar niet automatisch. Het gaat onder meer om de ernst van de weersomstandigheden en de gevolgen daarvan voor de betreffende vlucht.
Ook de bewering dat een technische storing altijd recht geeft op compensatie vraagt om nuance. Het Europese Hof bepaalde dat technische problemen die bij de normale bedrijfsvoering van een luchtvaartmaatschappij horen doorgaans geen buitengewone omstandigheden zijn. Zelfs een onverwacht technisch defect kan onder het normale bedrijfsrisico vallen. Een verborgen fabricagefout die de vliegveiligheid raakt of schade door sabotage kan daarentegen wel als buitengewone omstandigheid gelden. (Infocuria)
Daarmee blijft de oorzaak van de vertraging doorslaggevend. Drie uur te laat aankomen opent de deur naar compensatie, maar betekent niet automatisch dat de luchtvaartmaatschappij ook moet betalen.
