Foto: David Commenchal.

 Wie Normandië zegt, denkt meestal aan de Mont-Saint-Michel, de indrukwekkende krijtrotsen van Étretat en de D-Daystranden. Maar wie van de gebaande paden afwijkt, ontdekt de Orne: een rustige streek met glooiende heuvels, uitgestrekte bossen en charmante dorpen, waarover we vorig jaar al schreven.

Dit keer trekken we verder, naar de Perche. Een streek die nog stiller, groener en verrassender blijkt dan we hadden verwacht.

La Perrière: De parel van de Perche

Foto: Miet Waes.

Wanneer we eind mei aankomen in La Perrière — niet voor niets la perle du Perche genoemd — laat het weer het afweten. Terwijl in België de zon volop schijnt, hangen hier lage wolken boven het landschap en valt een fijne motregen. Toch zijn we meteen gecharmeerd door dit dorpje met amper 240 inwoners. Smalle straatjes kronkelen tussen natuurstenen huizen met verweerde gevels en houten luiken, die het geheel een tijdloze charme geven. La Perrière dankt zijn ontstaan aan de steengroeven die ooit voor welvaart zorgden. Tot op vandaag bepalen de donkere stenen uit die groeves het karakter van het dorp. Tal van huizen zijn ermee opgetrokken en zelfs de naam van het dorp verwijst naar die steengroeven. Voor een uitgebreide verkenning ontbreekt echter de tijd, want we worden verwacht bij To Beguine, waar Julien met passie de traditie van zijn grootvader voortzet.

To Beguine, passie voor de Percheron

Na een hartelijke verwelkoming met een tas koffie stelt Julien ons voor aan een van zijn geliefde percherons. Hij vertelt hoe hij een carrière in de marketing inruilde voor het fokken van deze imposante trekpaarden, waarmee hij een familietraditie in ere houdt.

Hoewel de percheron diepe historische wortels heeft, is het ras nog lang niet verdwenen. In de landbouw bewijst het nog steeds zijn nut. Op het domein To Beguine — genoemd naar Juliens eerste paard — trekken de dieren vandaag bezoekers in alle rust door het glooiende landschap van de Perche.

 Ontmoeting met erfgoed op het ritme van paardenhoeven

Foto: Instapades Studio.

De koetstochten van Julien zijn uitgegroeid tot een geliefde toeristische attractie. Met zijn percheronpaarden neemt hij bezoekers mee door het glooiende bocagelandschap van de Perche, een lappendeken van heggen, weilanden, bomen en rustgevende vergezichten. Onderweg vertelt hij gepassioneerd over zijn grote liefde: het fokken van percheronpaarden. De percheron is een krachtig maar zachtaardig trekpaardenras dat vermoedelijk vanaf de 8e eeuw ontstond uit kruisingen tussen Moorse hengsten en lokale paarden. Terwijl het landschap voorbij glijdt, deelt Julien verhalen over de streek en de prachtige huizen en kasteeltjes die door welgestelde Parijzenaars werden gered van verval. Hun restauraties gaven het dorp een tweede adem. Nieuwe restaurants, gezellige cafés en charmante winkeltjes verschenen in de straten, samen met een toeristisch infokantoor voor de Perche-regio en een museum. Dat trekt in het weekend heel wat bezoekers aan, maar tijdens de week herneemt het dorp zijn authentieke, rustige karakter.

De Chêne de l’École, een iconische eik van 300 jaar oud

Foto: Miet Waes.

Wanneer Julien het bos van Bellême, één van de mooiste eikenbossen van Frankrijk inrijdt, demonstreert hij –  nadat hij ons waarschuwt ons goed vast te houden – dat percheronpaarden niet alleen krachtig, maar ook verrassend snel zijn. Wij gaan in draf over de bospaden, tussen majestueuze eiken en het gefilterde licht van het bladerdak.

Foto: Miet Waes.

Even later houden we halt bij de Chêne de l’École, een iconische eik van zo’n 300 jaar oud. Met zijn indrukwekkende stam en grillige takken lijkt de boom het geheugen van het bos te dragen. De Forêt de Bellême levert al eeuwenlang uitzonderlijk hout voor scheepsbouw, meubelkunst en wijnvaten voor de grote Bordeauxwijnen. Maar tussen al die statige bomen blijft de Chêne de l’École zonder twijfel de meest tot de verbeelding sprekende bewoner van het bos.

Musée du Filet brodé et perlé: van visnet tot haute couture

Foto: Miet Waes.

Terug aangekomen in  La Perrière neemt Julien Dupré, verantwoordelijk voor toerisme, ons mee naar zijn kantoor waar ook het Musée du Filet brodé et perlé is gevestigd. “Tussen 1850 en 1950 was dit dorp een centrum van de zogeheten filetkunst,” vertelt hij, “een traditie die haar oorsprong vond in het maken van visnetten.”

Foto: Miet Waes.

Wat ooit puur ambachtelijk werk was, groeide uit tot verfijnd textiel: fijn geknoopt, geborduurd en met kralen versierd. Dit filet perlé vond zijn weg naar de Parijse modehuizen en de garderobes van de Belle Époque, waar het werd gebruikt als luxueuze afwerking door grote couturiers.

Het museum brengt dit verleden tot leven met oude werktuigen, textiel en getuigenissen van de filetières, de vrouwen die dit minutieuze werk uitvoerden. Zo wordt een eenvoudig dorpsambacht opnieuw zichtbaar als waardevol erfgoed dat La Perrière decennialang heeft gevormd.

La Petite Rochelle: een verborgen tuinjuweel

De volgende dag bezoeken we – ondanks het gure, regenachtige weer – La Petite Rochelle in Rémalard. Het is een verborgen tuinjuweel dat dit jaar zijn vijftigjarig bestaan viert. We worden hartelijk ontvangen door Laurence de Bonneval in de oude cottage van haar moeder, alsof ze zo uit een oude Engelse roman is weggelopen. Onder het genot van koffie en koekjes vertelt ze het verhaal. In 1976 begon haar moeder, Hélène d’Andlau – kunstgraveur en gepassioneerd tuinliefhebster – aan haar levenswerk: een tuin die in elk seizoen tot bloei komt. Om die droom te realiseren werkte ze samen met Engelse en Belgische tuinarchitecten en verzamelde ze planten uit onder andere Engeland en diverse Belgische arboreta. Vandaag wordt de tuin, zoals haar moeder – die 101 jaar is geworden – het wenste, verder onderhouden door Laurence, met de steun van een stichting. Op 1,5 hectare liggen tien verschillende tuinen, elk met een eigen sfeer en kleurenpalet, waar in elk seizoen iets nieuws bloeit. Twee voltijdse tuinmannen zorgen ervoor dat het domein er het hele jaar door piekfijn bijligt. Het is een plek vol verrassingen, waar achter elke hoek een nieuw beeld wacht – een must voor wie van tuinen houdt. Een bezoekster verwoordde het treffend: “Ici on trouve la paix de l’âme.”

Mortagne-au-Perche: charme tussen herenhuizen en steegjes

In de namiddag wacht Adèle van de toeristische dienst van Mortagne-au-Perche ons op om samen het ‘Circuit du Patrimoine’ te ontdekken. Mortagne-au-Perche is een van die charmante petites cités de caractère waarvoor Frankrijk bekendstaat. Meteen vallen de vele enorme herenhuizen ons op, de zogenaamde hôtels particuliers. Die term heeft niets met hotels te maken: het zijn privéwoningen van welgestelde families. Ze werden gebouwd in uiteenlopende stijlen, van sober klassiek tot uitbundige rococo, soms afgewerkt met sierlijke torentjes en verfijnde details. Opmerkelijk is dat de meeste van die grote huizen nog steeds privéwoningen zijn. Dat rijke patrimonium vormt een opvallend contrast met de smalle steegjes en bescheiden arbeiderswoningen, soms nauwelijks meer dan enkele kleine kamers die met elkaar verbonden zijn.

Hier en daar herinneren restanten van het middeleeuwse verleden aan de rijke geschiedenis van de stad, want in de middeleeuwen was Mortagne-au-Perche de grootste stad van Le Perche. Zo is er de Porte Saint-Denis, een overblijfsel van de vroegere stadsomwalling. Ook de crypte Saint-André is bewaard gebleven: het is het enige restant van een kapittelkerk die in de 18de eeuw werd verwoest.

De Boudin noir, hun beroemdste culinaire trots

Foto: Miet Waes.

In de Rue Sainte-Croix nr. 14 brengen we een kort bezoekje aan Marianne Chopin, die zich toelegt op het restaureren van schilderijen. Even verder is er een atelier dat aangepaste lampenkappen maakt. Het zijn maar enkele van de vele kunstateliers en kleine ambachtelijke bedrijfjes die de charme uitmaken van het gezellige stadje. Maar de attractie en trots van Mortagne-au-Perche is toch wel dé boudin noir. Deze stevige bloedworst is hier geen gewoon streekgerecht, maar een echt symbool van identiteit. Je vindt hem op de markt, in kleine restaurants en bij slagers die hun recept al generaties lang koesteren. Dankzij Adèle kunnen we ervan proeven bij Nathalie & François Merel in de Rue des Marchands, een van de meest gerenommeerde beenhouwerijen van de stad. Eén keer per jaar krijgt de boudin zelfs zijn eigen podium tijdens de beroemde Foire au Boudin, die dit jaar voor de 59ste keer wordt georganiseerd.

Bellême: erfgoedstad boven de heuvels van de Perche

Bellême cphoto CDT Orne.

We willen Le Perche niet verlaten zonder Bellême te bezoeken. Het is een klein maar bijzonder karaktervol stadje, hoog op een heuvel in het hart van de streek. Ooit was het een strategisch versterkte stad en een machtscentrum dat de omliggende heuvels domineerde. Daarvan getuigen vandaag nog het stratenpatroon en enkele historische overblijfselen, zoals de Porte Saint-Sauveur. Net als in Mortagne-au-Perche herinneren de statige 17de- en 18de-eeuwse herenhuizen, de hôtels particuliers, aan de welvaart die de stad kende na haar middeleeuwse bloeiperiode. Ze geven Bellême een bijna stedelijke allure, ondanks haar bescheiden omvang. Tussen deze statige huizen slingeren smalle straatjes en steegjes waar het verleden nog voelbaar is.

Traditionele zeepbereiding en een creatieve chocolaterie

Wat Bellême extra charme geeft, is de aanwezigheid van ambachtelijke adressen die het historische decor nieuw leven inblazen. Zo is er de Savonnerie de la Chapelle, waar traditionele zeepbereiding via koude verzeping centraal staat. Bezoekers kunnen er het productieproces van dichtbij volgen en kennismaken met natuurlijke, lokaal geïnspireerde geuren en ingrediënten.

Foto: Miet Waes.

Op enkele stappen daarvandaan lokt de zoete chocoladegeur naar de Chocolaterie Bataille, een warme en creatieve chocolaterie met een vitrine vol glanzende creaties: pralines en verfijnde patisserie die bijna te mooi zijn om op te eten.

Aristide Boucicaut, de uitvinder van het grootwarenhuis

Buste et villa Boucicaut Bellême ©OT Bellême.

Een verhaal uit Bellême dat bijblijft is dat van een van de beroemdste inwoners van de stad: Aristide Boucicaut. Hij leeft hier voort in een straatnaam, een standbeeld en een kapel in de Saint-Sauveurkerk. Geboren in 1810 in een bescheiden gezin van een hoedenmaker, vertrekt hij als jonge man naar Parijs. Zonder fortuin, maar met een scherp gevoel voor handel en vernieuwing. In de hoofdstad werkt hij zich op in kleine winkels waar stoffen en modeartikelen worden verkocht. Daar stoort hem de manier van verkopen: onderhandelen over prijzen, weinig keuze, weinig vrijheid voor de klant. Het kan anders, denkt hij. Die ommekeer komt in 1852, wanneer hij samen met zijn vrouw Marguerite Boucicaut een kleine winkel aan de Rive Gauche overneemt: Le Bon Marché. Wat begint als een bescheiden zaak, groeit uit tot het eerste moderne warenhuis.

Zijn idee is eenvoudig maar revolutionair: vaste prijzen, een ruim aanbod en klanten die vrij kunnen rondlopen en kiezen. Maar achter dat succes staat evenzeer Marguerite, die actief mee bouwt aan de onderneming en oog heeft voor comfort, personeel en sociale voorzieningen.

Samen creëren ze een nieuw winkelmodel: licht, toegankelijk en georganiseerd. Een idee dat de basis zou worden van het moderne warenhuis overal ter wereld.

Montligeon, tussen stilte en spiritualiteit

Foto: Miet Waes.

Onze tocht door de Perche eindigt in Montligeon, een klein dorp dat onverwacht wordt gedomineerd door een indrukwekkende basiliek. Midden in het zachte heuvellandschap rijst de Notre-Dame de Montligeon op als een bijna onwaarschijnlijk monument, gebouwd op het einde van de 19de eeuw dankzij de visionaire priester abbé Buguet, die zijn inwoners een morele en economische boost wilde geven.

Foto: Miet Waes.

Wat begon als een klein bedevaartsoord groeide uit tot een internationaal centrum van gebed en herdenking voor overledenen. Pelgrims uit vele landen vonden hier troost en hoop, waardoor het dorp een bijzondere spirituele uitstraling kreeg die vandaag nog altijd voelbaar is. Binnen verrast de basiliek met haar kleurrijke glasramen, hoge gewelven en ingetogen sfeer. Buiten overheerst de stilte van de omliggende heuvels en bossen. Het maakt van Montligeon tot een passend slot van een reis door de Perche: een streek waar erfgoed, landschap en geschiedenis voortdurend in elkaar overvloeien.

Praktische informatie

Meer weten

www.perchenormand.fr

www.ornetourisme.com

Overnachten

La Grange des Bruyères in Igé

Foto: Miet Waes.

La Grange des Bruyères (letterlijk: de schuur bij de heidevelden) is een sfeervolle maison d’hôtes in een gerestaureerde Percheron-schuur uit 1817. Omgeven door groen, velden en stilte vormt het de ideale plek om te onthaasten. In de mooie tuin nodigen een groot zwembad en comfortabele ligzetels uit tot ontspannen. De voormalige Parijse bakker die het huis runt, deelt zijn passie voor koken en verwent zijn gasten bovendien met huisgemaakte specialiteiten tijdens de table d’hôtes: van ambachtelijke broden en brioches tot heerlijke patisserie.

https://www.gites-de-france-orne.com/Chambre-d-hotes/Lecouflet-Pascal-a-Ige-dans-Le-Perche-G1338.html

l’Hôtel du Tribunal in Mortagne-au-Perche

Foto: Miet Waes.

Midden in het centrum van Mortagne-au-Perche bevindt zich L’Hôtel du Tribunal, een voormalige auberge die al sinds 1899 gasten ontvangt. Vandaag maakt het deel uit van de Logis Hôtels-keten en combineert het historische charme met hedendaags comfort. Het bijbehorende restaurant serveert authentieke gerechten uit de Perche, aangevuld met tijdloze Franse klassiekers.

https://www.hotel-tribunal.fr/fr/ ;

Leuke eetadresjes

Restaurant En Gare in Rémalard-en-Perche

De naam En Gare knipoogt naar het verleden van deze bijzondere locatie: een voormalig station in Rémalard-en-Perche. Waar vroeger treinen af en aan reden, worden vandaag smaakvolle gerechten geserveerd op basis van lokale en seizoensgebonden producten. Het karaktervolle stationsgebouw ademt nog steeds geschiedenis, terwijl de keuken gasten verwent met authentieke, huisbereide gerechten waarin de smaken van de Perche centraal staan.

https://www.facebook.com/people/En-Gare-R%C3%A9malard/100077448665437

Hôtel et restaurant Le Montligeon  in La Chapelle Monntligeon

Het hotel verwelkomt voornamelijk pelgrims, wandelaars en reizigers die neerstrijken in dit bijzondere spirituele dorp. In het restaurant staan een eenvoudige, authentieke keuken, streekproducten en Franse klassiekers centraal.

www.hotelmontligeon.fr