De hedendaagse wijnsnob herken je niet aan wat hij drinkt, maar aan hoe hij zucht. Altijd dat vermoeide, teleurgestelde uitblazen wanneer jij iets bestelt dat gewoon goed is. Alsof smaak een karakterfout is. Alsof plezier verdacht is.

Natuurwijn is inmiddels geen drank meer, maar een persoonlijkheidstype. De wijn is “troebel”, wat vroeger gewoon fout heette. Hij stinkt naar stal, maar dat mag je alleen zeggen als je er meteen “op een goede manier” achteraan plakt. Doe je dat niet, dan heb je het simpelweg niet begrepen. Dat ligt aan jou. Altijd aan jou.

Vraag waarom de wijn zo smaakt, en je krijgt geen antwoord maar een levensverhaal. Over grootouders. Over klei. Over dat alles handmatig is geoogst bij maanlicht door mensen met moreel juiste onderarmen. Dat het eindresultaat ruikt alsof iemand een natte hond heeft gewikkeld in kombucha, is blijkbaar deel van de charme.

Proefnotities zijn compleet losgezongen van realiteit en ruiken naar LinkedIn voor mensen met een baard en een mening. Wijnen hebben “energie”. “Spanning.” “Iets wilds.” Dat laatste betekent meestal dat niemand in de kelder wist wat hij aan het doen was, maar dat klinkt natuurlijk minder poëtisch.

En dan die heilige afkeer van techniek. Filtering is verraad. Zwavel is onderdrukking. Consistentie is voor mensen zonder ziel. Tot de wijn écht ondrinkbaar is, dan mag er ineens tóch worden ingegrepen, maar dat noemen we geen correctie, dat noemen we “luisteren naar de wijn”. De wijn praat. Blijkbaar alleen tegen ingewijden.

Het mooiste is nog de prijs. Hoe groter de fout, hoe hoger de factuur. Want dit is geen product, dit is een statement.
“Deze wijn opent met tonen van natte hond, oude viltstiften en een subtiele hint van existentiële crisis. In de mond compromisloos en uitdagend. Een koopje voor €85.”
Uitdagend is hier geen smaakomschrijving, maar een dreigement.

Natuurlijk zijn er briljante natuurwijnen. Die bestaan. Ze zijn schoon, levendig, precies. En opvallend genoeg hoeven die nooit te roepen dat ze eerlijk zijn. Eerlijke wijn is gewoon goed. De rest is marketing met schilcontact.

Dus aan iedereen die zich moreel verheven voelt omdat zijn wijn naar kelder, paard en jeugdtrauma ruikt: gefeliciteerd. Je drinkt geen wijn. Je drinkt identiteit.

Ik neem liever iets dat smaakt alsof iemand wist wat hij deed.