Afgedankte fruitbomen blijken verrassend effectief als reddingsboei voor het onderwaterleven in de Waddenzee. Rond kunstmatige bomenriffen leven tot wel 3,5 keer meer én grotere vissen dan op vergelijkbare plekken zonder rif. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Jon Dickson en collega’s van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Marine Ecology Progress Series.
“Dit laat opnieuw zien dat deze bomenriffen een gat vullen in het ecosysteem van de Waddenzee,” stelt Dickson. En dat gat blijkt groter dan gedacht.
Van afgedankt hout naar kraamkamer
De onderzoekers bouwden 32 kunstmatige riffen van afgedankte fruitbomen, elk met een volume van drie kubieke meter. In het voorjaar van 2022 plaatsten zij die in groepjes van acht op vier locaties in de Waddenzee. Met bodemnetten (kubben) toonden ze aan dat er rond deze riffen tot zes keer meer bodemvissen voorkomen, met een grotere soortenrijkdom en grotere individuen dan elders. De riffen dienen bovendien als voortplantingsplek voor sepia’s en andere vissoorten. Opvallend: de activiteit van krabben, belangrijke predatoren van schelpdieren, lag rond de riffen driekwart lager dan op plekken zonder rif.
Sportvissonar als wetenschappelijk instrument
Voor het eerst gebruikten de onderzoekers een aangepaste consumentensonar, bekend bij sportvissers als ‘fish finder’, voor langdurige wetenschappelijke metingen. Het apparaat hing op een drijvend platform naast een bomenrif en bracht vissen hoger in de waterkolom in beeld. Het resultaat: in verschillende grootteklassen zwommen er 2 tot zelfs 3,5 keer meer vissen rond de riffen dan op 200 tot 300 meter afstand.
Tijdens honderd uur aan sonarwaarnemingen registreerde het team in totaal 92.000 individuele vissen. De riffen bleken zó aantrekkelijk dat het effect mogelijk zelfs verder reikt dan 300 meter. “In een volgend experiment moeten we de controleplekken nog verder weg leggen,” aldus Dickson.
Zelfs een haai op beeld
De sonar kan kleine soorten niet identificeren, maar grotere vissen wel grofweg indelen. Op één beeld verscheen zelfs een haai van ongeveer anderhalve meter, mogelijk een gevlekte gladde haai. Een informele inventarisatie met hengels bevestigde het beeld: vooral zeebaarzen voelen zich opvallend aangetrokken tot de bomenriffen.
Terug naar een verdwenen functie
Volgens Dickson voorzien de riffen in een oude, verdwenen ecologische functie. Vroeger dreven de Zuiderzee en de Waddenzee vol met hout dat via rivieren werd aangevoerd. Dat hout zonk, werd aangevreten door paalwormen, een belangrijke voedselbron voor vissen, en bood schuil- en voortplantingsplekken. Door waterbeheer is die houtaanvoer volledig verdwenen.
Kunstmatige riffen van hout, maar ook van zwerfkeien of schelpdieren, kunnen dat gemis deels herstellen. “Als we op meerdere plekken clusters van dit soort riffen aanleggen, ontstaat weer een netwerk van kraamkamers en schuilplaatsen,” zegt Dickson. “Dat maakt de Waddenzee opnieuw tot een completer ecosysteem.”
Kortom: wat ooit afval was, blijkt nu precies wat de zee nodig had. Soms ligt de oplossing gewoon… onder de appelboom.
