Wandelbos Slotendries. Foto: stad Gent.

Wandelbos Slotendries in de Gentse deelgemeente Oostakker is vanaf 1 juli 2026 weer toegankelijk voor wandelaars en joggers. De voorbije drie jaar was dit niet mogelijk.

Het Slotendriesbos, naast het bedevaartsoord met Lourdesgrot, is nu bijna 5 hectare groot. Dankzij een overeenkomst tussen de eigenaar en de stad Gent was het sinds de jaren 1970 toegankelijk voor wandelaars, maar daar kwam in mei 2023 verandering in. Om het bos opnieuw open te kunnen stellen, startte het stadsbestuur van Gent een onteigeningsprocedure. Die kreeg eind vorig jaar groen licht. Intussen hebben de stadsdiensten gesnoeid waar nodig en ligt de veiligheidscontrole van de bomen achter de rug.

Projectplan. Foto: stad Gent.

Het wandelbos maakt deel uit van een groengebied dat via toekomstige aanplantingen en door aansluiting met bestaande, kleine bosjes ruim 15 hectare groot wordt. Al 70% van dat gebied is aangekocht. De komende jaren worden er nog opruim- en afbraakwerken uitgevoerd tussen de Gentse Ringweg (R4) en de campus Oostakker van de scholengroep Edugo en worden er extra percelen aangekocht. Een deel van de nieuwe aanplantingen wordt langs de overkant van de R4 uitgevoerd. Zo ontstaat langs beide kanten van de ringweg een groenbuffer. Nog later zal de stad het gebied inrichten met onverharde paden en zitbanken.

Sterrenbos

Het Slotendriesbos bij het gelijknamige kasteeldomein, was in oorsprong een ‘sterrenbos,’ een open bos met stervormig wandelpatroon. Deze padenstructuur is door de jaren heen gedeeltelijk verdwenen, maar de stad Gent wil dit herstellen, met respect voor de aanwezige natuurwaarden. Het bedevaartsoord zal ook in de toekomst een stiltegebied blijven, een plaats waar mensen troost en steun kunnen vinden.

Slotendries R4. Foto: stad Gent.

In het wandelbos komen verschillende soorten zeldzame vleermuizen voor, waaronder de rosse vleermuis, de watervleermuis en de grootoorvleermuis. Zij zijn voor hun overleving afhankelijk van de veteraanbomen in het bos. Vooral de oude beuken en eiken dienen als uitvalsbasis voor deze soorten. Ook dwergvleermuizen en laatvliegers gebruiken het bos en de nabije omgeving als foerageergebied.

Gerelateerde artikelen