Boeken algemeen
Promotiecampagne kinderassortiment

Akkoord over nieuwe biowetgeving

Dinsdag 16 juni bereikten de ministers in de Landbouwraad een akkoord over hun reactie op het voorstel van de Europese Commissie voor een nieuwe biologische wetgeving. In de Raad werden op het allerlaatst nog aanpassingen gedaan om te voorkomen dat de biologische sector gestraft zou worden voor minimale hoeveelheden residuen op producten, veroorzaakt door de omgeving. De IFOAM EU, de Europese koepelorganisatie voor de biologische sector, heeft hier vanaf het begin aandacht voor gevraagd.

 

Bavo van den Idsert, directeur Bionext: "Dit besluit is een succes als je het vergelijkt met het oorspronkelijke voorstel van de Europese Commissie in maart 2014. Dat voorstel zou leiden tot grote schade voor het biologische bedrijfsleven en tot sluiting van biologische bedrijven. Via dit akkoord is een verslechtering van de regels voorkomen. Biologische landbouw en voeding groeit mondiaal met 5 tot 10% per jaar. In Nederland groeit de bio-verkoop in 2015 met meer dan 10%."

De Nederlandse overheid heeft belangrijke verbeteringen voor de Nederlandse biologische sector binnengehaald. Zo bepaalt de compromistekst dat er geen afkeuringseisen voor biologische producten worden vastgesteld. Landen die nu afkeuringseisen hanteren mogen dat nog tot eind 2020 doen, maar deze mogelijkheid wordt in principe uitgefaseerd. In plaats daarvan is de verplichting versterkt om een onderzoek in te stellen. De verwijtbaarheid van een besmetting is duidelijker uitgewerkt. Verder is de mogelijkheid om risicogerichte controles uit te kunnen voeren, vastgelegd in de verordening. Dit is belangrijk voor een efficiënte inzet van controleactiviteiten.

Hoewel bij de import geen verschuiving is gemaakt van compliance naar equivalentie, is er ruimte gemaakt om rekening te houden met regionale standaarden. Al eerder werd de reikwijdte van de verordening helder afgebakend, werd de mogelijkheid voor gemengde biologische bedrijven opnieuw ingevoerd en werd overbodige administratieplicht voor de retail voorkomen.

Het bereikte akkoord betekent nog lang niet het eind van de herziening van de wetgeving. Het werk is verre van af. De politieke onderhandelingen hebben te weinig nadruk gelegd op de teksten, met als gevolg dat er nog allerlei onvolkomenheden in staan. Maar belangrijker nog is dat in de komende trialogen gewerkt wordt aan ontwikkeling van de regelgeving in plaats van het behoud van een status quo.

De biologische sector in Nederland betoogde altijd dat ze een stap voor stap verbetering van de biologische productieregels noodzakelijk acht. Via het rapport van het Europese Parlement kunnen deze verbeteringen nog opgenomen worden.

Bavo: "Een constructief overleg tijdens het Luxemburgse voorzitterschap met mogelijk een goede afronding tijdens het Nederlandse voorzitterschap, in het voorjaar 2016, kan nog leiden tot een nieuwe verordening die de sector vooruit helpt."

Redelijk compromis

"De compromistekst bevat belangrijke verbeteringen op vrijwel alle kritieke punten ten opzichte van het oorspronkelijke document en het neutraliseert veel van de gevaarlijke elementen", reageert Marco Schlüter directeur IFOAM EU op het compromis dat de EU-ministers gisteren (16 juni) bereikten. De Europese ministers van Landbouw sloten een akkoord over de nieuwe wetgeving voor de biologische sector. De ministers kwamen bijeen tijdens de AgriFish vergadering in Luxemburg. Er werd ‘last minute’ een amendement aangenomen dat voorkomt dat bio-boeren vervolgt kunnen worden voor residuen die via de omgeving op de gewassen terecht komt.

Jan Plagge, lid van IFOAM EU, reageert als volgt: "De beslissing van 16 juni is een belangrijke stap voor biologische boeren en consumenten, want het verstevigd de proces gestuurde aanpak voor de biologische landbouw. De ministers besloten de consument niet te misleiden met valse beloften, door de biologische producenten alleen verantwoordelijk te houden voor hun eigen handelen. Daarnaast biedt het voldoende tijd voor landen die al decertificeringsdrempels hebben uit te faseren tot 2020."

"De algemene aanpak onderstreept het belang van Europese instituties met de biologische sector, niet tegen de sector. De compromistekst bevat belangrijke verbeteringen op vrijwel alle kritieke punten ten opzichte van het oorspronkelijke document en het neutraliseert veel van de gevaarlijke elementen. Specifieke controle-eisen blijven overeind, regionale standaarden moeten gewogen worden in de handel met derde landen, het aantal gedelegeerde handelingen wordt verminderd, de reikwijdte van de regelgeving is opgehelderd en uitgebreid, EU-brede bureaucratische regels voor retailers worden vermeden en lidstaten houden een beperkte flexibiliteit in productieregels", somt Marco Schlüter, directeur IFOAM EU de voordelen op.

"Het moet echter benadrukt worden dat de taak nog niet geklaard is. De politieke onderhandelingen hebben onvoldoende nadruk gelegd op de technische kant van de finale tekst. Daar moet aan gewerkt worden, want de uitvoerbaarheid van de regels heeft een grote impact op de levensvatbaarheid van bio-ondernemingen. Daarom kijken we uit naar samenwerking met het Luxemburgse voorzitterschap in de onderhandelingen om dit aan te pakken. We zijn nu afhankelijk van het Europees Parlement om substantiële verbeteringen naar de onderhandelingstafel te brengen die we kunnen steunen om de tekortkomingen van het huidige voorstel van de Council te verbeteren. Risico gebaseerde controlemaatregelen moeten gecombineerd worden met jaarlijkse controles en echte gelijkwaardigheid in handel met derden. IFOAM EU heeft altijd benadrukt dat de bio-sector kan ontwikkelingen met de huidige regelgeving", aldus Thomas Fertl, vicepresident van IFOAM EU.